1. Indien een overeenkomstig artikel 6, derde lid, in het aanhangsel bij de exploitatievergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de exploitant onder overlegging van de in artikel 3, onder c en d, genoemde bescheiden hiervan melding te doen overeenkomstig artikel 10 binnen twee weken nadat de in artikel 3 bedoelde verklaring omtrent het gedrag aan hem is verzonden.
2. De exploitatievergunning vervalt indien van het verlies van de in het eerste lid bedoelde hoedanigheid van beheerder geen melding is gedaan overeenkomstig artikel 10 binnen negen weken na het verlies van deze hoedanigheid.
3. Indien een exploitant komt te overlijden dient, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe exploitatievergunning te worden aangevraagd.
4. Zolang op een op basis van het derde lid tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is ongewijzigde voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.