Naar hoofdinhoud
De keuze voor actief of faciliterend grondbeleid of een combinatie hiervan, is met name afhankelijk van de doelen die de gemeente nastreeft. Daarnaast steunt faciliterend grondbeleid voor een groot deel op publiekrechtelijk instrumentarium (zie hoofdstuk 4). De reikwijdte van dit instrumentarium, in combinatie met de gewenste doelen, zijn bepalend voor de keuze om faciliterend of actief te kunnen uitvoeren. Eigen grondbezit c.q. actief grondbeleid draagt altijd bij aan de realisatie van de doelen en is in sommige (maatschappelijke) gevallen noodzakelijk om de doelen te bereiken. Niet alle ruimtelijke doelen zijn namelijk via faciliterend grondbeleid te realiseren. De situatie is dus bepalend voor het type grondbeleid, ook wel situationeel grondbeleid genoemd. Voorop staat de gewenste regierol van de gemeente, waarin het uitgangspunt is ‘faciliterend waar het kan en actief waar het moet of gewenst is’. Situationeel grondbeleid houdt in dat wij per opgave/initiatief bepalen welke mate van sturing nodig is en welke risico’s we kunnen nemen. Aspecten die daarbij van belang zijn: Hebben we een grondpositie? Wat zijn de risico’s? Draagt de opgave/initiatief bij aan maatschappelijke ambities? Wat zijn de verwachtingen ten aanzien van de uitvoering door marktpartijen? Uiteindelijk is het de Raad die met het vaststellen van een planexploitatie een besluit neemt op de voorstellen van het College om een project actief te ontwikkelen. Uitgangspunt bij het situationeel grondbeleid is ‘faciliterend waar het kan, en actief waar het moet of gewenst is’. Dit betekent dat voor beide vormen van grondbeleid de instrumenten op orde moeten zijn.

Rechtspraak bij dit artikel