Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Risicobeheer

Onderdeel van Treasurybesluit Gemeenschappelijke Regeling Vidar Wsw

Van de deelfunctie risicobeheer komen de richtlijnen die zich richten op het beheersen van financiële risico’s per treasury-activiteit aan de orde. Bij het gebruik van rente-instrumenten (derivaten) (Artikel 13, lid 2c) zijn de navolgende richtlijnen van kracht: Het ongedekt handelen in rente-instrumenten is niet toegestaan. De onderliggende waarde van het rente-instrument dient gelijke modaliteiten in termen van omvang, looptijd, valuta enz. te hebben als de toekomstige financieringsbehoefte of toekomstige kasoverschotten. De aan de rente-instrumenten gekoppelde risico’s mogen niet groter te zijn dan de risico’s die met het instrument worden afgedekt. 3.3.1 Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het beheersen van risico’s van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de organisatie door rentewijzigingen. Om de renterisico’s te beperken zijn de navolgende richtlijnen van kracht: De jaarlijkse renterisico’s door (her)financiering en renteconversie beperken tot maximaal het percentage van de renterisiconorm van de totale leningenportefeuille ten einde een evenwichtige rentelast te creëren. (Artikel 13, lid 2e) De netto vlottende schuld wordt beperkt tot maximaal de kasgeldlimiet. (Artikel 13, lid 2e) Nieuwe leningen / uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening / uitzetting wordt afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. 3.3.2 Kredietrisicobeheer Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie (uitgezette gelden) ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Daarvoor is de volgende richtlijn van kracht: Kredietrisico’s worden beperkt door uitsluitend gelden uit te zetten bij kredietwaardig geachte partijen. 3.3.3 Koersrisicobeheer Koersrisico is het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Het doel van koersrisicobeheer is het beheersen van deze risico’s. Daarvoor zijn de volgende richtlijnen van kracht: Gelden worden uitsluitend uitgezet in euro. (Artikel 13, lid 2e) Toegestane beleggingsproducten zijn: rekening-courant / spaarrekening, daggled en deposito’s. 3.3.4 (Intern) liquiditeitsrisicobeheer (Intern) liquiditeitsrisico is het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meer jaren investeringsplanning waardoor de financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Voor het plannen van de omvang en het tijdstip waarop middelen benodigd zijn, is een goede informatievoorziening vanuit de organisatie noodzakelijk. Het gaat dan met name om inzicht in de kasstromen die de bedrijfsprocessen met zich meebrengen. Het doel van liquiditeitsrisicobeheer is het beheersen van deze risico’s. Daarvoor zijn de volgende richtlijnen van kracht: - De afdelingen leveren een tijdige, betrouwbare en volledige liquiditeitsplanning aan de treasuryfunctie. - Significante afwijkingen van de samengestelde liquiditeitsplanning worden meteen gemeld bij de treasuryfunctie. - Over de periodiciteit en de gegevens die in de liquiditeitsplanning moeten worden opgenomen zullen in een aparte procedure (beleidsnotitie liquiditeitsplanning) nadere spelregels worden afgesproken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel