Voor het aanleggen met een vaartuig conform het ligplaatsenoverzicht is toestemming vereist van het college of de havenmeester.
Onverminderd het eerste lid, is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee langer dan ten hoogste drie keer 24 uur of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen. Hieronder wordt verstaan:
dat de rechthebbende op een vaartuig geacht wordt daarmee gedurende drie achtereenvolgende dagen, of gedeelten daarvan, op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door de havenmeester of andere bevoegde autoriteit wordt aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie dagen;
dat het aanleggen niet wordt geacht te zijn beëindigd, indien het vaartuig, over minder dan vijfhonderd meter is verplaatst;
dat het de rechthebbende op een vaartuig verboden is met enig vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst, op dezelfde aanlegplaats opnieuw aan te leggen.
HOOFDSTUK 2 › § 2.3
Artikel 2.7
Meldingsplicht aanleggen
Onderdeel van Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021