Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 2.7 is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee op een plaats aan te leggen, als door of namens het college hem schriftelijk is meegedeeld dat het, met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar is daar nog langer aan te leggen.
HOOFDSTUK 2 › § 2.3
Artikel 2.8
Aanlegexces
Onderdeel van Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021