**1..** De gemeenteraad kan op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument zoals gedefinieerd in hoofdstuk 1 aanwijzen als gemeentelijk archeologisch monument.
**2..** De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende monumentbeschrijving aan de hand van selectiecriteria die door het college worden vastgesteld.
**3..** Degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en / of beperkt gerechtigde staan vermeld, de hypothecaire schuldeisers en - als om de aanwijzing is verzocht - de verzoeker worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
**4..** Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk archeologisch monument ontvangt, tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 4.3.4 plaatsheeft of vaststaat dat het monument niet wordt aangewezen, zijn de artikelen 4.3.7 tot en met artikel 4.1.10 bij wijze van voorbescherming van overeenkomstige toepassing.
**5..** Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen, dat ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd gemeentelijk archeologisch monument een bouwhistorisch en/of non-destructief archeologisch onderzoek wordt verricht.
**6..** De aanwijzing als beschermd gemeentelijk archeologisch monument kan geen object betreffen dat onherroepelijk is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 4.3.1