Naar hoofdinhoud
1.. De melding tot het plaatsen, aanbrengen of wijzigen van een grafbedekking op een (urnen-)graf, urnenplaats en gedenkplaats moet schriftelijk worden gedaan bij het college, uiterlijk een maand voor plaatsing. Het verzoek dient te bevatten: NAW-gegevens van de rechthebbende van het graf, de urnenplaats of de gedenkplaats; de naam en het adres van de aanvrager indien deze een ander is dan de rechthebbende en tevens de toestemming van de betreffende rechthebbende om eigenaar van de grafbedekking te zijn; de naam van de begraafplaats, de ligging (grafveld) en nummer van het graf; naam en adres van degene die de te verrichten werkzaamheden op de begraafplaats uitvoert; een werktekening, schaal 1:10, waarin aangegeven: een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen; de soort en kleur van het materiaal van het gedenkteken en de bewerking ervan; de vermelding of de letters en/of tekens, ingehakt, opgehakt of van een ander materiaal zijn; de woordindeling van het opschrift en de plaats van de figuratie(s); de soort van het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop; de soort vaste planten indien het een levende grafbedekking betreft. 2.. Voor gewenste grafbedekkingen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 13, 14 en 15 van deze nadere regels - ornamenten voor op het (urnen-)graf, een bovengrondse urnenplaats of een gedenkplaats inbegrepen - is een vergunning vereist. 3.. De beslissing op de vergunningaanvraag wordt door het college schriftelijk meegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel