Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Verplichting tot waterberging

Onderdeel van Hemelwaterverordening Amsterdam

1.. Het is verboden om vanaf een gebouw hemelwater in het openbaar riool of op de openbare ruimte te lozen, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand wordt gehouden. 2.. Het verbod geldt niet voor gebouwen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b, onder i en ii, als het bestaande gebouw niet bestand is tegen het aanbrengen van een hemelwaterberging op dat gebouw en er rond het bestaande gebouw geen of onvoldoende oppervlak aanwezig is om in hemelwaterberging te voorzien. 3. . Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor tijdelijke gebouwen met een instandhoudingstermijn van maximaal 10 jaar, mits: geen toename ontstaat van het al aanwezige verhard oppervlak; het tijdelijke gebouw niet bestand is tegen het aanbrengen van een hemelwaterberging op dat gebouw en er rond het tijdelijke gebouw geen of onvoldoende oppervlak aanwezig is om in hemelwaterberging te voorzien; of sprake is van een bouwkeet. 4. . Onder openbare ruimte, als bedoeld in het eerste lid, wordt oppervlaktewater niet verstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel