Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Vereisten hemelwaterberging

Onderdeel van Hemelwaterverordening Amsterdam

1.. Een hemelwaterberging: heeft ten minste een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd oppervlak; loost maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; en is na 60 uur leeg. 2.. Een hemelwaterberging met hergebruiksysteem: heeft ten minste een capaciteit van 90 liter per m2 bebouwd oppervlak; loost maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; is na 60 uur voor ten minste 33% leeg en na 14 dagen voor ten miste 66%; en leegt het restant op basis van het gebruik van het hergebruiksysteem. 3.. Voor een waterberging met een centraal besturingssysteem geldt alleen het vereiste uit het eerste lid, onder a. 4.. Het eerste lid is niet van toepassing op een gebouw dat zonder omgevingsvergunning voor bouwen kan worden gebouwd met een groen dak met een minimale waterbergingscapaciteit van 30 liter per m2. 5.. Het geborgen hemelwater wordt in de ondergrond geïnfiltreerd. Als dat niet of maar deels mogelijk is, kan in het openbare riool worden geloosd. 6.. Het hemelwater dat na toepassing van het eerste, tweede of derde lid niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of op de openbare ruimte.

Rechtspraak bij dit artikel