De bestuurlijke handhaving zoals in het vorige hoofdstuk omschreven is een richtlijn. Mochten de omstandigheden daartoe aanleiding geven, dan kan de burgemeester gemotiveerd afwijken van de richtlijn en de daarin genoemde (zwaarte van de) maatregel. De burgemeester kan ook van dit beleid afwijken als het voor belanghebbenden gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot het te dienen doel van dit beleid. Dit moet blijken uit de bijzondere feiten en omstandigheden van de betreffende situatie. In elk individueel geval zal de burgemeester daarom alle relevante feiten en omstandigheden – zowel belastende als ontlastende- zorgvuldig in kaart brengen. Vervolgens worden deze tegen elkaar afgewogen om te beoordelen of de situatie dermate ernstig is dat moet worden afgeweken van de handhavingsmatrix.