Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.10b

Gebruikelijke hulp

Onderdeel van INTEGRALE VERORDENING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE VEENENDAAL

Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onder b, van de Wmo, beoordeelt het college of er gebruikelijke hulp van huisgenoten als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo beschikbaar is. Het college maakt bij de beoordeling of van huisgenoten gebruikelijke hulp verwacht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurige situaties. Van een kortdurende situatie is sprake als er uitzicht bestaat op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt. Een kortdurende situatie betreft ten hoogste een periode van zes maanden in één jaar. In een kortdurende situatie valt een grotere inzet van huisgenoten binnen het begrip gebruikelijke hulp, zolang dat redelijk is en niet tot overbelasting leidt. Bij de beoordeling of van huisgenoten gebruikelijke hulp verwacht mag worden, houdt het college indien daartoe aanleiding bestaat, rekening met: de samenstelling van de leefeenheid van de cliënt en diens huisgenoot of huisgenoten; de aard van de relatie tussen de cliënt en diens huisgenoot of huisgenoten; de inhoudelijke aard, de omvang, de duur en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt; de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of huisgenoten; de mate waarin en de wijze waarop de cliënt voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten; overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de cliënt hulp te bieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel