Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.10c

Aanvullende voorwaarden en weigeringsgronden voor woonvoorzieningen

Onderdeel van INTEGRALE VERORDENING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE VEENENDAAL

In aanvulling op de artikelen 2.1.10 en 2.1.10a kan een cliënt in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening, indien sprake is van een aantoonbare beperking bij het normale gebruik van de noodzakelijke gebruiksruimten in de woning. Een woonvoorziening kan worden geweigerd: als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waarvoor de voorziening gevraagd wordt; ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning; als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; als de cliënt is verhuisd, maar dit niet naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning is, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel