Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.9b

Vervoer

Onderdeel van INTEGRALE VERORDENING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE VEENENDAAL

Uitgangspunt is dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. Hierbij wordt het vervoer van en naar de jeugdhulplocatie binnen een straal van zes kilometer in beginsel beschouwd als behorend tot de eigen kracht van de jeugdige of zijn ouders. 2. Een vervoersvoorziening kan uitsluitend worden verstrekt indien dit aantoonbaar in het belang van de jeugdige is en: sprake is van een medische noodzaak, waarbij de mate van zelfredzaamheid van de jeugdige bepalend is, of; door de ouders ten behoeve van het college voldoende wordt aangetoond dat zij niet in staat zijn, ook niet met behulp van hun sociale netwerk, om het vervoer zelfstandig uit te voeren, dan wel dat dit tot ernstige benadeling van het gezin zou leiden, en er geen andere passende oplossing mogelijk is. Het college beoordeelt, overeenkomstig artikel 3.1.5 en 3.1.9a, in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen kracht van de jeugdige of zijn ouders onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen. Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 3.1.9, vierde lid. Hierbij geldt dat de kosten worden bepaald op basis van de voorziening en vervoersindicatie tezamen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel