Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk ruimte, dan wel te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoermiddel, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties

1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke

openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te

dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een

organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is

verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de

openbare orde.

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt

voorzien door het Wetboek van Strafrecht.