Met deze beleidsregel heeft de burgemeester de volgende doelen voor ogen:
1. Op hoofdlijnen inzichtelijk maken wat de aard en reikwijdte is van de zorgplicht van bewoners (art. 2:79, lid 1 APV).
2. Verduidelijken dat gemelde of geconstateerde vormen van ernstige woonoverlast eerst op zorgvuldige wijze in kaart worden gebracht.
3. Inzicht te geven over acties en maatregelen die een burger kan verwachten na overtreding van zijn/haar zorgplicht bij het voorkomen van ernstige woonoverlast. Het onderscheid tussen een huur- en koopwoning kan van invloed zijn op de keuze voor een bepaalde aanpak, maatregel of gedragsaanwijzing.
4. Aangeven dat ernstige woonoverlast effectief zal worden bestreden met op de kenmerken van het individuele geval toegesneden specifieke maatregelen of gedragsaanwijzingen. Daarbij wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de overtreding. Doel is uiteraard dat, door inzet van de gekozen maatregel(en), een einde komt aan de ernstige woonoverlast.