Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Afbakening/begripsomschrijving

Onderdeel van Beleidsregels aanpak woonoverlast

Afbakening ten opzichte van andere bevoegdheden ter bestrijding overlast Het instrument van de gedragsaanwijzing van artikel 2:79 APV komt pas in beeld als andere reguliere bevoegdheden geen oplossing bieden / geboden hebben. De aard van de “ernstige en herhaaldelijke overlast” bepaalt welke bestuurlijke bevoegdheid kan worden aangewend. Bij druggerelateerde zaken kan bijvoorbeeld een beroep worden gedaan op artikel 13b Opiumwet. Bij (dreigende) verstoring van de openbare orde rond de woning als gevolg van gedragingen in de woning kan toepassing van artikel 174a Gemeentewet worden overwogen. Afbakening in relatie tot het begrippenkader art 151d Gemeentewet en artikel 2:79 APV. “Andere geschikte wijze” De burgemeester legt pas een specifieke gedragsaanwijzing op als de ernstige hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Dit betekent dat de burgemeester pas overgaat tot het opleggen van een last met een gedragsaanwijzing als minder ingrijpende middelen geen oplossing bieden / geboden hebben. De burgemeester komt beleidsvrijheid toe in de afweging of er geen andere geschikte wijze is om de hinder tegen te gaan. Voorbeelden van andere manieren om overlast tegen te gaan zijn het geven van een waarschuwing en het inzetten van buurtbemiddeling of mediation. Ook kan het slachtoffer zelf of de verhuurder van de woning van de overlastgever een civiele procedure aanspannen. Als eerdere maatregelen of acties geen of onvoldoende soelaas bieden in het tegengaan van de ernstige hinder, legt de burgemeester als ultimum remedium een last met een gedragsaanwijzing op. “Woning of een bij die woning behorend erf” Met woning of bij die woning behorend erf wordt bedoeld, de woning de rest van het betrokken perceel (zoals een tuin) en de gezamenlijke ruimte binnen een wooneenheid (portiek, gezamenlijke buitenruimte etc.). Ook gedragingen in de onmiddellijke nabijheid van die woning of het erf, bijvoorbeeld gedragingen in de tuin van de buren, op het trottoir of op straat ter hoogte van of vlakbij de woning, vallen onder de reikwijdte van dit begrip. “Gebruiker van de woning” Degene die de woning feitelijk bewoont. De gebruiker hoeft geen huur- of eigendomsrechtelijke relatie tot de woning of het erf te hebben. Ook hoeft de gebruiker niet een rechtmatige gebruiker van de woning te zijn, dus ook illegale onderhuurders of krakers vallen hieronder. “Gedragingen” Hiermee worden gedragingen bedoeld die in of rondom de woning of het erf worden gepleegd. Door de gebruiker van de woning zelf of door (huis)dieren, bezoekers, gasten of vrienden van de gebruiker. Ook gedragingen in de nabije omgeving van de woning vallen in principe onder deze bepaling in artikel 2:79 APV. Zo kan een blaffende hond op de straat voor de woning of intimiderend gedrag voor de deur van de woning van de buurman vallen onder “gedragingen in of vanuit de woning of dat erf”. “Omwonenden” Hierbij gaat het om burgers die woonachtig zijn in de directe nabijheid van de woning of van het bijbehorende erf waaruit de overlast plaatsvindt. Wie onder dit begrip valt is afhankelijk van de vorm van de gedragingen. “Ernstige en herhaaldelijke hinder” Met ernstige hinder wordt gedoeld op ernstige hinder voor omwonenden. Een vergelijking kan worden gemaakt met art 5:37 van het Burgerlijk Wetboek (BW) waar onder hinder gedragingen worden verstaan zoals het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen of het onthouden van licht of lucht. Ernstige hinder als bedoeld in art 151d van de Gemeentewet, kan tevens onrechtmatig zijn in de zin van artikel 5:37 BW, maar dat is geen vereiste. En andersom zal niet elke onrechtmatige burenhinder ook automatisch kunnen worden aangemerkt als ernstige hinder als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet. Herhaaldelijk betekent bij herhaling en binnen een kort tijdbestek (wat niet hetzelfde hoeft te zijn als “ernstige hinder zonder onderbreking”). De burgemeester legt dus geen last onder bestuursdwang op vanwege één incident. “Last onder bestuursdwang of onder dwangsom” De burgemeester is alleen dan bevoegd tot het opleggen van een last indien de ernstige hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, maar ook om een last onder dwangsom op te leggen. Dit volgt rechtstreeks uit artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht. De last kan de vorm aannemen van een gedragsaanwijzing, waartegen bezwaar en beroep open staat. “Gedragsaanwijzing” Ter bestrijding van ernstige woonoverlast is de burgemeester bevoegd tot het geven van een specifieke gedragsaanwijzing. In juridische zin is er dan sprake van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In de last staat dat de overlastgever bepaalde handelingen moet doen of juist moet laten zodat de overlast ophoudt. Het is dus een op maat gemaakt gebod of verbod. Het is van belang dat het in het vermogen van de overlastgever ligt om de hinderlijke gedragingen te staken. Betrokkene moet in staat zijn om aan de opgelegde last te kunnen voldoen. Voorbeelden van gedragsaanwijzingen zijn: - In de nachtperiode mag de overlastgever geen geluidsapparaten meer in werking hebben; - De overlastgever mag geen uitwerpselen van honden in de voor- en achtertuin achterlaten; - De overlastgever moet een behandelafspraak maken met de (verslavings)zorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel