Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 3.

Toestemming nodig voor het starten met kinderopvang

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Gemeente Heumen 2021

Een voorziening voor kinderopvang mag pas starten met de opvang als wij hiervoor toestemming hebben gegeven. Daarbij hoort ook de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Een houder doet hiervoor een aanvraag tot exploitatie. In het geval van een gastouderopvang vraagt het gastouderbureau om toestemming namens de gastouder. Een aanvraag tot exploitatie kan drie verschillende redenen hebben: het kan een compleet nieuwe aanvraag zijn van een bestaande of nieuwe houder; het kan een verhuizing van een voorziening betreffen; het kan een houderwijziging betekenen. Wij heffen leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot exploitatie. De hoogte van de leges staat vermeld in de Legesverordening. Binnen een termijn van tien weken na ontvangst van de aanvraag bericht het college de houder of de locatie wel of niet mag starten. Deze termijn kan in het geval van een onvolledige aanvraag, vertraging door de aanvrager of overmacht worden opgeschort. Als de locatie mag starten wordt in het besluit tevens het registratienummer uit het LRK vermeld. De ingangsdatum van de exploitatie kan niet liggen vóór de datum waarop wij het besluit nemen tot toestemming voor exploitatie. Inspectie vóór registratie Wij geven de GGD opdracht om te onderzoeken of de houder redelijkerwijs zal voldoen aan de voorschriften en of hij verantwoorde kinderopvang zal aanbieden. Op basis van het type aanvraag bepalen wij (in overleg met de GGD) de intensiteit van het onderzoek. De GGD brengt in haar inspectierapport advies aan ons uit over het al dan niet verlenen van toestemming aan de houder om de voorziening in exploitatie te mogen nemen; en als gevolg hiervan tevens om de voorziening al dan niet te registreren in het LRK. Wij nemen daarop een besluit op de aanvraag. Hierbij hebben wij de bevoegdheid om af te wijken van het advies van de GGD. Inspectie gastouder vóór registratie Bij een nieuwe aanvraag voor een voorziening voor gastouderopvang wordt geen onderscheid gemaakt tussen de gastouderlocatie en de vraagouderlocatie. Dit betekent dat bij een nieuwe aanvraag voor toestemming tot exploitatie en opname in het LRK2Hieronder valt ook een verhuizing of extra opvanglocatie. een inspectie wordt uitgevoerd op het volledige toetsingskader3In ieder geval hetgeen je daarvan kan toetsen vóór de start van de opvang zoals bijvoorbeeld de opvangruimte en het op de hoogte zijn van de meldcode kindermishandeling en het pedagogisch beleidsplan., óók als de opvang plaatsvindt in de woning van de vraagouder. Een inspectie start met een documentenonderzoek, waarbij de GGD controleert of de gastouder beschikt over de vereiste papieren. Als aan dit eerste deel van het onderzoek niet wordt voldaan, kan de GGD besluiten geen onderzoek op locatie uit te voeren (het tweede deel van het onderzoek) omdat de aanvraag al op grond van onjuiste documenten afgewezen kan worden. Als wél wordt voldaan, vindt een onderzoek op locatie plaats (huisbezoek). “Streng aan de poort” De werkwijze “streng aan de poort” is een belangrijk preventief instrument. Wij willen meteen vanaf de start voldoende vertrouwen hebben dat houder verantwoorde en kwalitatief goede kinderopvang aanbiedt. Streng aan de poort wil zeggen dat de toezichthouder intensief onderzoekt en controleert en wij streng zijn bij het nemen van het besluit om al dan niet vergunning te verlenen voor de exploitatie. Houder moet aannemelijk maken dat hij vanaf het moment van registratie in het LRK verantwoorde kinderopvang aanbiedt. Het onderzoek voor registratie wordt intensiever waarbij alle kwaliteitseisen worden meegenomen die in dit stadium te beoordelen zijn. Het onderzoek na registratie kan dan vervolgens minder intensief worden ingevuld. Als het vermoeden bestaat dat het kindercentrum, het gastouderbureau of de gastouderopvang niet zal voldoen aan de kwaliteitseisen genoemd in de Wko wordt de aangevraagde voorziening niet opgenomen in het LRK. De werkwijze is van toepassing bij een aanvraag tot exploitatie voor een nieuw kindercentrum en gastouderbureau. Bij wijzigingsverzoeken, te weten verhuizing en houderwijziging, bepalen wij (in overleg met de GGD) of ze die toepast. Dit is afhankelijk van het handhavingsverleden. Streng aan de Poort betekent ook dat wij de houder erop attenderen dat hij aan andere (gemeentelijke) regelgeving moet voldoen, zoals het bestemmingsplan, een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, een gebruiksvergunning voor brandveilig gebruik of de drank- en horecawet wanneer er in het pand alcohol geschonken wordt.

Rechtspraak bij dit artikel