Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.

Toezicht kinderopvang

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Gemeente Heumen 2021

In de Wko en onderliggende regelgevingen staan de basisvoorwaarden waar kinderopvang en voorschoolse educatie aan moeten voldoen. Ook het toezicht hierop is in deze wet- en regelgeving geregeld. Dit hoofdstuk beschrijft hoe aan dit toezicht in de gemeenten in de regio Gelderland-Zuid vorm wordt gegeven. Hierbij is een uitsplitsing gemaakt tussen toezicht op kindercentra en toezicht op gastouderbureaus en gastouderopvang. Toezicht gebeurt door middel van een inspectie op basis van een toetsingskader. Het resultaat van een inspectie wordt vastgelegd in een inspectierapport dat na de hoor- en wederhoorfase en eventuele zienswijze openbaar wordt. Als uit een inspectierapport blijkt dat overtredingen zijn geconstateerd, kunnen wij het advies tot handhaven van de GGD opvolgen of gemotiveerd hiervan afwijken. De zienswijze van de houder wordt hierin meegewogen. 4.1 Inspecties Op grond van de Wko zijn wij verplicht jaarlijks alle kinderdagverblijven, buitenschoolse opvanglocaties en gastouderbureaus te inspecteren. Voor gastouders is landelijk bepaald dat een steekproef volstaat. Wij bepalen jaarlijks of er wordt gekozen voor een hoger percentage dan het landelijk minimum. Bij het nemen van de steekproef wordt onder andere rekening gehouden met het risicoprofiel van de gastouderbureaus en met signalen. De inspecties vinden zoveel mogelijk onaangekondigd plaats. Dit geeft een meer realistisch beeld van de feitelijke gang van zaken op de locatie. Insteek bij de inspecties is dat het zwaartepunt steeds meer komt te liggen bij het beoordelen van de pedagogisch praktijk en minder bij de administratie. De toezichthouders van de GGD zijn onze oren en ogen. Zij komen op de opvanglocaties en ervaren de dagelijkse praktijk van de kinderopvang. Zonder toezicht is er geen daadwerkelijk zicht op de kwaliteit van de opvang. De bevindingen van de toezichthouder worden vastgelegd in een inspectierapport. Er zijn verschillende typen onderzoek in het kader van toezicht: Onderzoek vóór registratie (OVR) Elke voorziening wordt na het indienen van een aanvraag tot exploitatie bezocht door een toezichthouder van de GGD. De toezichthouder onderzoekt of de opvang redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de Wko. Hierbij wordt de werkwijze ‘streng aan de poort’ gehanteerd. Onderzoek na registratie (ONR) Binnen drie maanden nadat een kindercentrum of gastouderbureau in exploitatie is genomen, voert de GGD een ONR uit. Bij een voorziening voor gastouderopvang wordt geen ONR uitgevoerd. Het onderzoek na registratie richt zich op dezelfde onderdelen als een reguliere inspectie, maar kan minder intensief zijn door de strenge inspectie vóór registratie. Met name de pedagogische praktijk (handelen de beroepskrachten in lijn met het pedagogisch beleid) en de uitvoering van het veiligheids- en gezondheidsbeleid worden beoordeeld. De toezichthouder heeft de praktijk namelijk niet eerder kunnen toetsen. Jaarlijks onderzoek Elk kindercentrum of gastouderbureau wordt jaarlijks bezocht door een toezichthouder van de GGD. Het toezicht bij een jaarlijks onderzoek wordt risico-gestuurd uitgevoerd: minder toezicht waar mogelijk, meer waar nodig.4Aan de hand van een door de toezichthouder opgesteld risicoprofiel (volgens landelijk model) wordt er onderscheid gemaakt in de zwaarte van het toezicht. Heeft een kindercentrum een groen risicoprofiel? Dan vindt er slechts toezicht plaats op enkele belangrijke punten. Zijn er zorgen over de kwaliteit dan zal het risicoprofiel afhankelijk van de aard van de zorgen geel, oranje of rood van kleur zijn en vindt uitgebreider en/of vaker toezicht plaats. Een risicoprofiel geeft geen kwaliteitsoordeel, maar bepaalt alleen de vorm en mate van inspectie. Het is een planningsinstrument. Het bepalen van de inspectieactiviteit is een voortdurend proces zonder start- of eindpunt. Een inspectie levert namelijk veel informatie op die van invloed kan zijn op de risico-inschatting. In de perioden tussen de locatie-inspecties kan het risicoprofiel en daarmee de inspectieactiviteit bijgesteld worden als daarvoor aanleiding is. Bijvoorbeeld na melding van een klacht of signaal of omdat een handhavingsmaatregel van de gemeente niet tot verbetering heeft geleid. Uiteraard vindt ook positieve bijstelling plaats – bijvoorbeeld wanneer blijkt, dat er wél verbetering is opgetreden en overtredingen zijn opgelost. Nader onderzoek Naar aanleiding van een inspectierapport kan de gemeente de houder een sanctie opleggen. Het kan hierbij gaan om een herstellende en/of een bestraffende sanctie. Als een herstellende sanctie is opgelegd geven wij de GGD opdracht tot het uitvoeren van een nader onderzoek. De GGD toetst in het nader onderzoek of de houder de geconstateerde overtreding(en) afdoende heeft hersteld. Incidenteel onderzoek Naar aanleiding van een melding over onvoldoende kwaliteit, klachten van derden of berichten uit de media kan de GGD incidenteel onderzoek verrichten. Een dergelijk onderzoek vindt pas plaats nádat de GGD hiervoor een schriftelijke opdracht van ons heeft ontvangen. Ook een wijzigingsverzoek van de houder kan aanleiding zijn voor een incidenteel onderzoek. Bijvoorbeeld wanneer de houder het aantal geregistreerde kindplaatsen wil wijzigen. 4.2 Herstelaanbod Wij hanteren per 1 januari 2019 de werkwijze van het herstelaanbod. Bij herstelaanbod wordt de naleving van een voorschrift tijdens het lopende onderzoek in gang gezet. De toezichthouder kan de houder tijdens het inspectieproces een herstelaanbod doen. De houder wordt dan in de gelegenheid gesteld om geconstateerde overtredingen te beëindigen, binnen een hersteltermijn van maximaal 4 weken en vóór afronding van het conceptrapport. Het doel van het herstelaanbod is om: het herstel van een overtreding zo snel mogelijk in gang te zetten. Hierdoor schiet de kwaliteit niet onnodig lang tekort; op een informele wijze het herstel in gang te zetten; efficiënter en effectiever toezicht te houden. De herbeoordeling van een tekortkoming of overtreding vindt binnen het onderzoek plaats, en voor afronding van het concept inspectierapport; de nalevingsbereidheid van wettelijke voorschriften door de houder te versterken; dialoog en wederzijds begrip tussen toezichthouder en houder te bevorderen. De overtredingen waarvoor de toezichthouder het herstelaanbod toepast, moeten uiteraard van dien aard zijn dat deze zich lenen voor dit traject. De toezichthouder maakt deze afweging. De toezichthouder kan het herstelaanbod toepassen bij het jaarlijks onderzoek, het onderzoek na registratie en bij incidenteel onderzoek. Er wordt geen herstelaanbod gedaan bij een onderzoek vóór registratie en bij een nader onderzoek. Herstelaanbod wordt in beginsel ook niet toegepast wanneer: er teveel overtredingen zijn; er sprake is van recidive (herhaalde constatering van dezelfde overtreding bij het eerstvolgende jaarlijks onderzoek); het overtredingen betreffen waarvoor een hersteltermijn langer dan vier weken nodig is. Hoe werkt herstelaanbod? Herstelaanbod kan op alle voorschriften en bij elk risicoprofiel worden toegepast. Het wordt alleen aangeboden als het toepasbaar is op alle geconstateerde tekortkomingen (dus niet een deel laten herstellen). De toezichthouder bepaalt of de situatie zich leent voor herstelaanbod. Er is geen automatisch recht op herstelaanbod voor de houder. Houder kan vrijwillig ingaan op het herstelaanbod. Het herstelaanbod wordt schriftelijk vastgelegd, bijvoorbeeld in een e-mail, en verzonden aan de houder. De hersteltermijn is 1 dag tot maximaal 4 weken (ter beoordeling aan de toezichthouder). De herbeoordeling kan zowel een documentenonderzoek zijn als een onderzoek op de voorziening. De resultaten van het herstelaanbod worden binnen het onderzoekstraject beoordeeld en beschreven in het inspectierapport. De oorspronkelijke overtreding blijft hierbij zichtbaar. 4.3 Wijzigingen kindercentra/gastouderbureaus/gastouderopvang Een houder is verplicht alle wijzigingen onverwijld aan ons door te geven. Wij zijn verantwoordelijk voor de inhoud en kwaliteit van het LRK en dienen het actueel te houden. In overleg met de GGD wordt bepaald of doorgegeven wijzigingen kunnen worden doorgevoerd in het register dan wel aanleiding geven tot een inspectie5Wijzigingen zonder rechtsgevolg kunnen zonder overleg met de GGD in het LRK worden doorgevoerd.. In de Wko is ook bepaald dat het gastouderbureau onverwijld mededeling moet doen van wijzigingen in de gegevens van een gastouder die bij de aanvraag zijn verstrekt, nadat de wijziging het gastouderbureau bekend is geworden. In overleg met de GGD wordt bepaald of deze wijzigingen aanleiding geven tot inspectie. 4.4 Kindercentrum of gastouderopvang niet (meer) in exploitatie Als op een geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang geen kinderen (meer) worden opgevangen, dan trekken wij de toestemming voor exploitatie voor die voorziening in. Het gevolg hiervan is ook dat wij de voorziening uit het LRK uitschrijven. Als het vermoeden bestaat dat er op een geregistreerd kindercentrum geen kinderen (meer) worden opgevangen, kunnen wij de GGD opdracht geven de feitelijke situatie te onderzoeken. Indien er inderdaad geen kinderen worden opgevangen, trekken wij de toestemming voor exploitatie in en schrijven deze voorziening uit het LRK uit. Aan het intrekken van de toestemming voor exploitatie en de daaruit volgende uitschrijving uit het register gaat altijd een voornemen tot uitschrijving vooraf tenzij de uitschrijving op verzoek van de houder zelf is. De houder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen 2 weken een zienswijze in te dienen op de voorgenomen uitschrijving. In de regio Gelderland Zuid kan tot deze uitschrijving worden overgegaan als de opvangvoorziening drie maanden niet in exploitatie is. Voor gastouders kennen wij een uitzondering. Wanneer sprake is van tijdelijke onderbreking (bijvoorbeeld door ziekte of zwangerschap van de gastouder) waarbij een duidelijk perspectief is op het binnen afzienbare tijd hervatten van de opvang, kan de registratie gehandhaafd blijven. Dit is aan ons ter beoordeling. Verzoek tot uitschrijving zonder handtekening Het gastouderbureau dient wijzigingsformulieren in met het verzoek tot uitschrijving uit het LRK namens de gastouder. Deze formulieren zijn voorzien van een handtekening van de betreffende gastouder. Als een wijzigingsformulier zonder handtekening wordt ingediend, verzoeken wij eerst aan het gastouderbureau om alsnog een handtekening van de gastouder te vragen. De behandeling van het verzoek tot wijziging wordt maximaal twee weken opgeschort. Is het gastouderbureau niet in staat de handtekening te verkrijgen, dan stuurt het gastouderbureau bewijs waaruit blijkt dat het geprobeerd heeft een handtekening van de gastouder te krijgen. Wij sturen vervolgens eerst een voornemen tot intrekking van de toestemming tot exploitatie en de daaruit voortvloeiende uitschrijving. 4.5 Personenregister kinderopvang Vanaf 1 maart 2018 moet iedereen die werkt, woont of structureel aanwezig is op een plek waar kinderen worden opgevangen, zich inschrijven in het personenregister kinderopvang (PRK). Op die manier kan de overheid vaste én tijdelijke medewerkers continu screenen op strafbare feiten die belemmerend of bezwaarlijk zijn bij het werken met kinderen. DUO beheert het personenregister in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op de website van DUO staat alle informatie over het personenregister voor houders en medewerkers van kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Onder andere wie zich verplicht moeten inschrijven in het PRK.

Rechtspraak bij dit artikel