**a..** De aldus met toepassing van artikel 3 of 5 van deze beleidsregels ontstane boete kan verder worden gematigd wanneer uit het onderzoek blijkt dat ten tijde van het begaan van de overtreding bij betrokkene sprake was van:
onbewust en zonder opzet niet voldoen aan de inlichtingenplicht. Te denken valt aan:
een onjuiste of onvolledige voorlichting over de wet- en regelgeving door de gemeente,
onduidelijke wetgeving, waardoor betrokkene redelijkerwijs niet kon begrijpen wat de verplichtingen zijn,
de perceptie van betrokkene (die te goeder trouw is) dat hij bepaalde informatie aan “het College” heeft verstrekt, bijvoorbeeld het doorgeven van een verhuizing aan de gemeente, het aanvragen van een vergunning bij de gemeente, het doorgeven van verrichte activiteiten in het kader van: re-integratie of activering aan het Team Werk of het Team Schulddienstverlening.
**b..** De boete kan daarnaast verder worden gematigd wanneer uit het onderzoek blijkt dat ten tijde van het opleggen van de boete bij betrokkene sprake is van:
zodanige gezinsomstandigheden, dat het maatschappelijk functioneren door het opleggen van een boete als bedoeld in lid a. van dit artikel in ernstige mate wordt geschaad,
zeer negatieve gevolgen voor inwonende kinderen,
ernstige gezondheids- of sociale problemen,
een gebrekkige financiële draagkracht.
**c..** Bij een verdere matiging als bedoeld in dit artikel wordt de boete, als bedoeld in lid a. van dit artikel, gehalveerd.
**d..** De boete wordt ten tijde van het opleggen van de boete in ieder geval gematigd tot het bedrag dat de betrokkene met inachtneming van de beslagvrije voet als bedoeld in art 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gedurende een periode van:
24 maanden (bij “opzet” als bedoeld in artikel 3, sub c),
18 maanden (bij “grove schuld” als bedoeld in artikel 3, sub b),
12 maanden (bij “gewone verwijtbaarheid” als bedoeld in artikel 3, sub a)
6 maanden (bij “verminderde verwijtbaarheid” als bedoeld in artikel 5),
in redelijkheid op grond van zijn draagkracht kan betalen.
Hoofdstuk
Artikel 6: