Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Hoogte en duur van de maatregel bij het schenden van de niet geüniformeerde verplichtingen

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent het opleggen van een maatregel in verband met de participatiewet (Maatregelverordening Participatiewet 2021)

1.. De maatregel bij gedragingen als bedoeld in artikel 9 van deze verordening wordt vastgesteld op: 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie. 2.. In afwijking van het eerste lid volstaat het college, als er sprake is van een gedraging zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder i, van deze verordening, met een schriftelijke waarschuwing, tenzij deze maatregelwaardige gedraging plaatsvindt binnen 2 jaar na dagtekening van de beschikking waarmee een eerdere schriftelijke waarschuwing is gegeven. Het geven van een schriftelijke waarschuwing wordt niet gelijkgesteld met een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd. 3.. Als de belanghebbende zich binnen een periode van 12 maanden na de bekendmaking van een maatregelbesluit opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie dan wordt de maatregel als volgt vastgesteld: Eerste categorie: bij de eerste recidive 30% van de bijstandsnorm gedurende één maand. Bij een tweede recidive binnen 12 maanden na het laatste maatregelbesluit 50% gedurende één maand. Bij een derde of volgende recidive binnen 12 maanden na het laatste besluit is dit 100% gedurende één maand. Tweede categorie: Bij de eerste recidive 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand. Bij de tweede en volgende recidive 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel