Naar hoofdinhoud
1.. Om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering moet de belanghebbende de Nederlandse taal in voldoende mate beheersen om algemeen geaccepteerde arbeid naar vermogen te kunnen verkrijgen, aanvaarden en behouden. Is de belanghebbende de taal onvoldoende machtig dan legt het college hem de verplichting op om zich in te spannen om de Nederlandse taal te verwerven. 2.. Om te kunnen vaststellen of de belanghebbende de Nederlandse taal voldoende beheerst moet hij meewerken aan een toets, dan wel documenten overleggen waaruit de voldoende beheersing blijkt. 3.. Heeft het college de verplichting opgelegd om de Nederlandse taal te verwerven en zijn de inspanningen van de belanghebbende onvoldoende, dan legt het college een maatregel op. 4.. De hoogte en de duur van de maatregel staan in de wet (artikel 18b, lid 9 tot en met 11). Het college volgt hierbij de bepalingen in de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel