We willen dat het goed gaat met de inwoners van Altena. We vinden het belangrijk dat inwoners een waardevol bestaan opbouwen, hierin eigen keuzes maken en veerkrachtig zijn wanneer het leven (even) tegenzit. Inwoners met veerkracht putten kracht uit zichzelf en vinden oplossingen in hun directe omgeving. Maar ze trekken ook tijdig aan de bel als ze extra hulp nodig hebben. Dan bieden we ondersteuning en hulp. We stimuleren verbondenheid en samenredzaamheid. Daarin zien we de sleutel om welzijn en veerkracht van inwoners te vergroten.
Sociale basis en maatschappelijke voorzieningen
Een samenleving met een sterk gevoel van onderlinge verbondenheid en samenredzaamheid heeft een rijke sociale basis. Die sociale basis bestaat uit de sociale verbanden en informele netwerken tussen inwoners.
“Onze kernen kennen een sterke sociale samenhang door de aanwezigheid van verenigingen, kerkgenootschappen en een diversiteit van andere netwerken waarin mensen elkaar ontmoeten. Dit draagt sterk bij aan een klimaat waarin inwoners oog hebben voor elkaar en bereid zijn elkaar te ondersteunen als de situatie dat vraagt. Naastenliefde is stevig verankerd in ons gebied en is het cement voor een stevige sociale samenhang. Dit helpt ons om verder te groeien’1Bestuursakkoord 2019-2022 Gemeente Altena, blz. 9. .
Om de sociale basis te waarborgen zijn brede maatschappelijke voorzieningen belangrijk. Dit zijn (particuliere en (semi-)publieke) voorzieningen die voor alle inwoners beschikbaar en toegankelijk zijn en die voor alle inwoners van toegevoegde waarde kunnen zijn. Inwoners organiseren maatschappelijke voorzieningen zelf en soms levert de gemeente hier een bijdrage aan. Voorbeelden van brede maatschappelijke voorzieningen zijn de bibliotheek, scholen, kerkgenootschappen en (sport)verenigingen. In Altena speelt het rijke verenigingsleven een grote rol; hier komen veel inwoners met elkaar in contact, ontstaan kennissenkringen en vriendschappen. Als gemeente dragen wij geregeld bij aan de infrastructuur voor deze voorzieningen door bijvoorbeeld sportaccommodaties, onderwijshuisvesting, jeugdgezondheidszorg en dorpshuizen te faciliteren. Door de inzet van bijvoorbeeld buurtsportcoaches, de bibliotheek op school, taalklassen en preventie door medewerkers van de GGD stimuleren we het gebruik van deze voorzieningen en daarmee de deelname aan de samenleving. Hier vloeien de maatschappelijke voorzieningen over in het sociaal domein. Want wanneer het niet lukt om zelfstandig aansluiting bij de maatschappij te vinden, zijn de voorzieningen van het sociaal domein het vangnet. De gemeente zet de komende jaren in op het versterken van de verbindingen tussen de brede maatschappelijke voorzieningen en het sociaal domein (zie afbeelding 2 en 3 op de volgende pagina).
Sociaal domein
Een deel van de inwoners in onze gemeente doet door omstandigheden beperkt mee in de samenleving. Zij vinden onvoldoende de weg naar de brede maatschappelijke voorzieningen. Ze hebben een klein netwerk en kennen weinig tot geen mensen bij wie ze terecht kunnen voor een luisterend oor, advies en hulp. Het lukt veel van hen niet om zelfstandig meer aansluiting te vinden en een eigen netwerk op te bouwen. Hier helpen we bij. Dit noemen we het sociaal domein. Wij maken daarbij onderscheid tussen vrij toegankelijke en niet-vrij toegankelijke voorzieningen. Van de eerste categorie voorzieningen kunnen inwoners gebruik maken zonder dat een indicatie, verwijzing of diagnose nodig is. Bij niet-vrij toegankelijke voorzieningen wordt er altijd allereerst samen met de inwoner onderzoek gedaan naar de hulpvraag waarna een officieel besluit (beschikking), verwijzing of diagnose volgt. Dit uitvoeringskader richt zich op de vrij toegankelijke voorzieningen binnen het sociaal domein en het maatschappelijke veld. Ook wel open magazijn genoemd.
Waarom hebben we eigenlijk vrij toegankelijke voorzieningen?
Bij een vrij toegankelijke voorziening is iedere inwoner welkom. Er vindt vooraf geen onderzoek, diagnose of indicatiestelling plaats. Voor inwoners met een (tijdelijke) kwetsbaarheid is dit erg belangrijk: “je hoeft niet ‘aan te tonen’ dat je een beperking hebt of te ‘bewijzen’ dat je een handicap hebt” (zie bijlage 2). Verschillende inwoners met een kwetsbaarheid benadrukten tijdens gesprekken dat het een hele stap is om om hulp te vragen. Zeker bij een formele instantie als de gemeente. Schaamte speelt hier in een grote rol en ook het onderkennen van het feit dat je ‘iets’ niet meer zelf of alleen kan. Vrij toegankelijke voorzieningen zijn laagdrempeliger; ze geven inwoners ongeacht wie ze zijn de kans om deel te nemen aan de maatschappij. Ook zijn het voorzieningen waar inwoners met een kwetsbaarheid ‘sterke’ inwoners treffen. De Hartenbrigade en Altena Actief voor jongeren met autisme werden in dit kader als positieve voorbeelden genoemd.
Sport, cultuur en volksgezondheid
In 2020 is samen met het sport en maatschappelijke veld een lokaal sportakkoord opgesteld. In de komende jaren wordt dit sportakkoord uitgevoerd. Sport voor inwoners met een handicap vormt een aandachtspunt en er wordt nog onderzocht of de gemeentelijke buurtsportcoaches meer begeleiding kunnen bieden aan specifieke groepen inwoners (zoals zij bijvoorbeeld hebben gedaan bij het activiteitenprogramma voor kinderen tijdens de coronacrisis ). In 2021 wordt als equivalent van het sportakkoord ook een lokaal preventieakkoord opgesteld. Dan worden afspraken gemaakt over thema’s als: rookvrije omgeving, sport als middel voor participatie en bewegen v00r 55+plussers. Ook zal het gemeentelijke gezondheidsbeleid in 2021 verder worden uitgewerkt en is de lopende aanpak rond alcohol- en drugsproblematiek in uitvoering. Bovenstaande zijn allemaal voorbeelden van hoe we de gemeentelijke inzet binnen sport, bewegen, cultuur en volksgezondheid (inclusief de opdracht aan de GGD) verbinden aan het sociaal domein. Met als doel dat de druk op het sociaal domein wordt beperkt. Vanuit een preventief oogpunt of door curatief bij te dragen aan het herstel: op eigen kracht deelnemen aan de samenleving.
Onderwijs
In de Lokale Educatieve Agenda Altena (LEA) 2020-2024 hebben onderwijs, gemeente en kinderopvang gezamenlijk afspraken gemaakt over het onderwijs- en jeugdbeleid. De gezamenlijke thema’s en speerpunten zijn gericht op: het voorkomen van (taal)achterstanden, een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, versterken van de gezondheid (alcohol- en drugsproblematiek, weerbaarheid en bewegen & voeding) en de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp. Ten aanzien van de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp hebben we er voor gekozen om op scholen een ambulant jeugdconsulent met aandachtsgebied onderwijs te laten aansluiten en periodiek fysiek aanwezig te laten zijn. Op deze manier versterken we de relatie tussen school en het gemeentelijk toegangsteam. De frequentie waarmee de jeugdconsulent op de scholen aanwezig is, wordt afgestemd op de de behoefte van de scholen. In de nieuwe situatie wordt in directe afstemming met school gekeken of een vraag op school thuis hoort, door de ambulant jeugdconsulent zelf wordt opgepakt in een kort begeleidings- c.q. hulpverleningstraject of in de werkvoorraad van Team regie wordt opgenomen. Naast individuele hulpverlening aan kind en ouder(s) is een minstens zo belangrijke taak van de jeugdconsulent met aandachtsgebied onderwijs het geven van advies en consultatie over de hulp en ondersteuning die professionals (leerkrachten, IB’ers, pedagogisch coaches in de kinderopvang, zorgcoördinatoren en binnen netwerkbijeenkomsten) aan ouders en leerlingen kunnen bieden.
Ambulante jeugdconsulenten met aandachtsgebied onderwijs
Het laatste deel schoolmaatschappelijk werk dat nog in de gemeente werd aangeboden wordt eind 2021 beëindigd. Ambulante jeugdconsulenten met aandachtsgebied onderwijs (circa 1,8 fte) in dienst van de gemeente zijn vanaf 2022 het vaste aanspreekpunt voor en actief binnen het onderwijs. In een groot deel van de gemeente is dat al het geval. Deze ambulante jeugdconsulenten zullen een indicerende en hulpverlenende bevoegdheid hebben.
Jongerenwerk
Ook voor het jongerenwerk hebben we de keuze gemaakt om dit volledig in eigen uitvoering op te gaan pakken. De uitvoering lag verspreid over de gemeentelijke organisatie en een externe partner. Een verdeling die niet goed werkte. De komende jaren zetten we meer in op jongeren met een kwetsbaarheid en risicogroepen. In plaats van universele preventie richten we ons op selectieve preventie. Door de uitvoering in de eigen organisatie kan de samenwerking met onderwijs, zorg en veiligheid verder worden versterkt. Ook wordt binnen het team Triage en hulpverlening een cluster van consulenten met een hulpverlenende rol op het gebied van onderwijs, opgroeien en jongeren in het leven gevormd. De inzet van jongerenwerkers, ambulante jeugdconsulenten met aandachtsgebied onderwijs, leerplichtambtenaren en buurtsportcoaches komt hierin samen.
Jongerenwerk onderdeel gemeentelijke uitvoering
Vanaf 2022 wordt het jongerenwerk volledig vanuit de gemeente ingevuld. Er zal vanaf 2022 circa 2,5 fte jongerenwerk beschikbaar zijn. De focus van het jongerenwerk ligt dan niet langer op alle jongeren, maar op kwetsbare jongeren en risicogroepen; degenen die de hulp het hardste nodig hebben. Uit analyses van hulpvragen en signalen van professionals blijkt dat in onze gemeente de grootste uitdagingen liggen op het gebied van mantelzorg, ggz, lvb en complexe gezinssituaties als gevolg van echtscheiding, armoede en bijvoorbeeld verslaving. De jongerenwerkers houden een preventieve rol, maar de inzet wordt meer gericht op het vroegtijdig signaleren van problematiek.
Artikel 2.