Naar hoofdinhoud
Inwoners zijn allereerst zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en welbevinden. Als gemeente dragen we hier, samen met andere partijen in de keten, lokaal aan bij. Tegelijkertijd zijn we ook een schakel in een groter geheel. Denk aan de effecten van landelijke beleidskeuzes vanuit het Rijk, de inrichting van ons zorgstelsel en de rol van zorgverzekeraars op de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners. In deze paragraaf schetsen we de belangrijkste uitdagingen in relatie tot het voorliggend veld. De uitdagingen komen voort uit de meerjarenagenda WZW waar partners binnen het platform Wonen, Zorg en Welzijn (WZW)2In het platform WZW wisselen zorgaanbieders, woningcorporaties, welzijnsinstellingen en gemeente informatie uit en initiëren ontwikkelingen op het terrein van Wonen, Zorg en Welzijn. Het gaat niet alleen over wonen met zorg, maar ook over gewoon mee kunnen doen (participeren) in Altena, wanneer je zorg nodig hebt of kwetsbaar bent. In het platform gaat het er over hoe partijen dat gezamenlijk kunnen doen en waar aanbieders elkaar kunnen versterken. in 2020 met de gemeente aan hebben gewerkt. Dit hebben we aangevuld met signalen uit de gemeentebrede conferentie op 19 november 2020 en verschillende gesprekken met maatschappelijke partners en ervaringsdeskundigen (zie bijlage 2 voor een toelichting). Welzijnsorganisaties staan onder druk Welzijnsvoorzieningen voor ontmoeting, informatie en advies, ontspanning, vervoer en bijvoorbeeld persoonlijke verzorging helpen inwoners om hun leven in elke levensfase zo zelfstandig mogelijk in te richten. Deze diensten kunnen worden gezien als ‘smeerolie’ tussen wonen en zorg. Met het grote potentieel aan informele ondersteuning ontlasten welzijnsdiensten de zorg (professionals en mantelzorgers) en voorkomen eenzaamheid. De woningcorporaties, nog steeds belangrijke partners voor deze welzijnsdiensten, zijn de afgelopen jaren door het Rijk teruggezet naar hun kerntaken. Gelukkig kennen wij in Altena een lange traditie van samenwerken met de woningcorporaties en zijn we trots op bijvoorbeeld de woonzorgpunten en op de woonconsulent die op het snijvlak van wonen en welzijn actief is. De budgetten voor leefbaarheid, ontmoetingsruimten, welzijn en sociaal beheer staan onder druk. Welzijn is op deze onderdelen in hoge mate afhankelijk van gemeentelijke financiering. Deze financiering staat door de tekorten op het Sociaal Domein onder druk van besparingsopgaven. Welzijn kent geen strikte wettelijk borging, maar is globaal omschreven in de Wmo: bevorderen maatschappelijke participatie en sociale samenhang. Structurele financiering, zoals we die kennen bij de bekostiging van (langdurige) zorg (Zvw en Wlz) en ondersteuning thuis (Wm0), is afhankelijk van gemeentelijke keuzes. Het is voor welzijnsdiensten lastig om het hoofd boven water te houden. De eigen kracht van kwetsbare personen en hun netwerken worden overschat De Rijksoverheid heeft hoge verwachtingen van de eigen kracht van kwetsbare personen en de mogelijke inzet van netwerken en vrijwilligers. Naast het kwantitatieve probleem van te weinig mantelzorgers en vrijwilligers, blijkt echter dat het voor een toenemend aantal kwetsbare ouderen en jongeren te hoog gegrepen is om zelf hulp te organiseren. Zo stelt het SCP3“Zorgen voor thuiswonende ouderen”, SCP, april 2019. dat het met veel ouderen goed gaat, terwijl tegelijkertijd minder dan de helft van de 65-plussers beschikt over voldoende inzicht in hun eigen ondersteuningsbehoefte. En als er ondersteuning nodig is, beschikt wederom de helft van de 65-plussers niet over voldoende vaardigheden om deze te organiseren. Ook ouderen die wel inzicht hebben in hun ondersteuningsbehoefte, durven niet altijd om die ondersteuning te vragen. Vraagverlegenheid komt veel voor, ook in de gemeente Altena. Hoe geef je toe dat je eenzaam bent? Durf je toe te geven dat je niet weet hoe je jouw kinderen aanspreekt op hun alcoholgebruik? Ouderen schromen om hun kinderen, vrienden of buren om (meer) hulp te vragen, omdat ze bijvoorbeeld bang zijn om iemand voor het blok te zetten of om ‘nee’ te horen. Daarbij kan een rol spelen dat hun mogelijkheden om een wederdienst te verlenen afnemen naarmate hun leeftijd toeneemt. Ook bij het vragen om professionele hulp kan vraagverlegenheid een rol spelen. Door het initiatief vooral bij inwoners zelf te laten, zal een deel van hen (te) lang wachten met een hulpvraag, wat tot (zelf)verwaarlozing kan leiden en zelfs tot opname op de spoedeisende hulp. Er heerst een onrealistisch en onhoudbaar verwachtingspatroon van zorg en ondersteuning De extramuralisering4Extramuralisering is het streven om buiten de muren van een intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt) gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning (thuiszorg)., decentralisering van taken in het sociaal domein en ambulantisering5Ambulantisering houdt in dat mensen met psychische aandoeningen zo veel mogelijk kunnen deelnemen aan en wonen in de maatschappij. Het streven is: minder en kortere psychiatrische opnamen en gelijktijdig verbetering van de ambulante zorg en ondersteuning. van zorg (GGZ, (L)VG, Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang) betekenen een andere positie van de cliënt. Daarnaast zorgen deze ontwikkelingen ervoor dat er op een andere manier een beroep wordt gedaan op mantelzorgers en omgeving. De rol van de omgeving wordt belangrijker. Dit vraagt om een andere mindset van zowel cliënten/bewoners, als ook van omwonenden en professionals. Bij de inwoners van Altena die een beroep doen op zorg en ondersteuning is er niet altijd het besef dat van hen wordt verwacht dat ze in eerste instantie bekijken wat hun directe omgeving voor en met hen kan doen. Zij verwachten een beroep te kunnen doen op de voorzieningen, zoals de generatie voor hen dat nog kon. Denk aan de oude bejaarden-oorden en de (vaak gratis) toegang tot seniorenvoorzieningen voor vervoer, recreatie en ontmoeting. Of de voorzieningen voor mensen met een psychische, lichamelijke of verstandelijke beperking. Dat de verantwoordelijkheid is verschoven weten veel mensen wel, maar ze handelen er nog niet naar. Daardoor ondernemen inwoners te laat of geen actie, waardoor ze in een woning wonen die, bij vermindering van de zelfstandigheid en bij intensieve zorg, ongeschikt is om in te blijven wonen. Het gevoel van urgentie is niet bij iedereen voldoende aanwezig. Woningen sluiten niet aan bij de zorg- en ondersteuningsbehoefte (nu en straks) Een geschikte woning is cruciaal om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen en zo min mogelijk afhankelijk te worden van zorg. De woningen van de groeiende groep zelfstandig wonende ouderen moeten geschikt zijn, of worden gemaakt, om zelfstandig thuis wonen met zorg te faciliteren. De opgave om zelfstandig (thuis) wonen te faciliteren vraagt van gemeente, wooncorporaties en particuliere eigenaren dat zij anders naar hun woning(voorraad) kijken. Dat ze weten of een woning geschikt is om een bewoner met (intensieve) zorg te huisvesten en dat doorstroom (nog meer) wordt bevorderd, zodat minder vaak kostbare woningaanpassingen gerealiseerd hoeven te worden. Vraag en aanbod moeten scherper in beeld worden gebracht. De rapporten en beleidsvisies zoals we die nu kennen, geven nog niet voldoende richting. De veranderde vraag naar geschikte woningen heeft ook effect op de nieuwbouwopgave voor Altena. Ook bij nieuwbouwwoningen zou voorgesorteerd moeten worden op bewoners met een zorgvraag. Deze uitdaging en het bevorderen van doorstroom worden uitgewerkt in de nieuwe gemeentelijke Woonvisie. Rendement sociaal werk Er wordt de laatste jaren steeds meer onderzoek gedaan naar de maatschappelijke meerwaarde van sociaal werk. Recent onderzoek6Meta-analyse businesscases Sociaal werk: eindrapport, december 2020 Rotterdam School of Economics. van de Erasmus School of Economics – in opdracht van werkgeversorganisatie Sociaal Werk Nederland en de werknemersorganisaties FNV Zorg & Welzijn en CNV Zorg & Welzijn – laat een rendement zien van 1,6 (de baten liggen een factor 1,6 hoger dan de kosten). De onderzoekers stellen dat ‘sociaal werk potentieel op korte termijn een belangrijke maatschappelijke meerwaarde heeft door het verminderen van het beroep op zorg, enerzijds als direct substituut voor dure vormen van zorg en anderzijds via preventie van een (direct) beroep op dure zorg’. Op korte termijn vermindert via sociaal werk het beroep op de ggz en verslavingszorg en zorgt het voor minder inzet van kostbare jeugdzorg, uitstel van instroom in een verzorgingstehuis of verpleeghuis, minder huisartsenbezoeken. Sociaal werk dempt tekorten op de zorg-arbeidsmarkt en heeft een belangrijke signaalfunctie. Op lange termijn zijn er maatschappelijke effecten, zoals het tegengaan van voortijdige schooluitval of het verminderen van intergenerationele ongelijkheid binnen gezinnen, stellen de onderzoekers. Echter landen de baten vaak niet waar de kosten worden gemaakt. In de praktijk zijn gemeenten de belangrijkste financier, maar ‘het leeuwendeel van de baten, in het bijzonder besparingen op zorgkosten en eventuele winsten in termen van arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit vallen aan andere partijen, zoals zorgverzekeraars, de zorgsector en bedrijven’. Innovatie en vernieuwing Verschillende gemeenten maken een ‘beweging naar voren’. Om uitgaven in het sociaal domein te beteugelen ‘bouwen’ ze individueel bekostigde en niet-vrij toegankelijke voorzieningen om naar collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen. Ze zetten stevig in op de signaalfunctie van het vrij toegankelijke veld, zodat problematiek eerder in beeld komt. Ook in Altena kennen we deze werkwijze bijvoorbeeld rond het signaleren van schulden door middel van de ‘Vroeg Eropaf aanpak’ en de inzet van bemoeizorg. De ‘beweging naar voren’ houdt in: met dezelfde middelen meer inwoners bereiken (collectieve bekostiging), deze inwoners eerder (laagdrempelig) ondersteunen en minder bureaucratie (geen indicatiestelling). Deze aannames dienen echter per voorziening en in de context van de gemeente Altena te worden geanalyseerd. Ook is er vaak sprake van een overgangsperiode waarin de collectieve voorziening vooraf moet worden bekostigd, terwijl individuele inwoners nog een lopende beschikking hebben. Op weg naar een Sociale Altenacode In dit uitvoeringskader is gekozen voor het opnieuw definiëren van het niveau van de basisvoorzieningen, waarvoor meerjarige subsidierelaties worden aangegaan. In de komende jaren kan deze basis verder worden uitgebreid door per voorziening op tijdelijke basis uit te proberen of het collectief en vrij toegankelijk aanbieden van een voorziening in de gemeente Altena meerwaarde heeft: minder kosten en/of hogere kwaliteit voor dezelfde kosten. In de begroting proberen we ruimte te reserveren voor een innovatiebudget. De Sociale Altenacode (maatschappelijke agenda in ontwikkeling) kan hier richting en verdere inhoud aan geven. Op deze manier kan het vrij toegankelijke veld samen met inwoners en partners binnen welzijn, onderwijs, sport, wonen, zorg en cultuur gericht worden doorontwikkeld en mogelijk uitgebreid. Zie ontwikkelrichting in figuur 3. Ook biedt dit de mogelijkheid om verder aan te sluiten op het kerngericht werken en de subsidieregeling ‘kerngericht werken’ voor het mede mogelijk maken van bewonersinitiatieven.

Rechtspraak bij dit artikel