Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 3.7

Vrijlating giften

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en aanverwante regelingen 2021 gemeente Voorst

Een gift of giften in een periode van 12 maanden wordt tot een bedrag gelijk aan de helft van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm vrijgelaten. De 12 maanden worden gerekend vanaf de maand waarin de - eerste - gift wordt ontvangen. Voor zover een gift of totaal van giften in een periode van 12 maanden het in het eerste lid bedoelde bedrag overschrijdt wordt het meerdere verrekend met de uitkering in de maand of maanden waarin de gift wordt ontvangen. Voor giften in natura wordt de waarde bepaald naar de waarde in het economisch verkeer waarna een eenzelfde vrijlatings- en verrekening systematiek geldt. Een gift die aan de belanghebbende wordt verstrekt ter aflossing van een problematische schuld, wordt in beginsel vrijgelaten als het aannemelijk is dat door de aflossing van de schuld een belemmering voor re-integratie of schuldhulpverlening wordt weggenomen. Een gift die concreet betrekking heeft op kosten die in de algemene bijstand zijn begrepen, kunnen, in afwijking van het eerste lid, niet of tot een lager bedrag worden vrijgelaten.

Rechtspraak bij dit artikel