**1..** Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor peuterplaatsen VE in de peuteropvang moet worden ingediend voor 1 februari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.
**2..** Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor peuterplaatsen peuteropvang moet worden ingediend voor 1 mei van het jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.
**3..** Burgemeester en wethouders stellen op basis van de ingediende aanvraag de subsidie vast op basis van het gedurende het kalenderjaar daadwerkelijk bezette aantal peuterplaatsen peuteropvang en/of peuterplaatsen VE
**4..** Het aantal peuterplaatsen waarvoor de subsidie wordt vastgesteld bedraagt nooit meer dan het aantal plaatsen waarvoor op grond van artikel 9 subsidie is verleend.
**5..** Voor het aantal subsidiabele uren geldt het bepaalde in artikel 6, lid 2, 3 en 4
**6..** Indien een peuterplaats slechts gedurende een deel van het kalenderjaar is bezet wordt de vast te stellen subsidie verminderd naar rato van het aantal dagen dat de peuterplaats niet bezet is.
**7..** Op de vast te stellen subsidie per peuterplaats wordt de op grond van het bepaalde in artikel 3, lid 6 door de instellling te factureren, innen en ontvangen ouderbijdrage over de deelnameperiode in mindering gebracht.
** 8. .** De forfaitaire bijdrage voor de pedagogisch beleidsmedewerker in de VE wordt vastgesteld op het door het college voor het kalenderjaar vastgestelde forfaitaire bedrag zoals bedoeld in artikel 1, onder 14, vermenigvuldigd met het aantal geplaatste doelgroeppeuters VE per 1 januari van het kalenderjaar, met dien verstande dat het vast te stellen bedrag niet lager is dan 5 maal de forfaitaire bijdrage pedagogisch beleidsmedewerker/coach in de VE.
** 9. .** Bij verschil van mening over het aantal geplaatste doelgroeppeuters VE per 1 januari van het kalenderjaar is de gemeentelijke VE administratie doorslaggevend.
**10..** Niet of niet geheel voldoen aan de subsidie verbonden verplichtingen zoals die blijken uit:
de verantwoording bedoeld in artikel 10, lid 1, of
nader opgevraagde gegevens op grond van het bepaalde in artikel 10, lid 3, of
rapportages van inspecties van de toezichthouder GGD IJsselland of de Inspectie voor het Onderwijs
of het niet tijdig indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie op grond van lid 1 of 2 van dit artikel, kan leiden tot een lagere vaststelling van de subsidie.
**11. .** Bij een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 50.000,-- gelden de verplichtingen van artikel 16, lid 2, onder c en d, van de Algemene subsidieverordening gemeente Hardenberg 2018 niet, tenzij burgemeester en wethouders bij de subsidieverlening hebben bepaald, dat deze verplichtingen wel gelden.
HOOFDSTUK III
Artikel 11
De subsidievaststelling
Onderdeel van SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG 2021