Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 6

Grondslag voor de subsidieberekening

Onderdeel van SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG 2021

1.. De grondslag voor de subsidie peuterplaatsen is het aantal te realiseren bezette peuterplaatsen peuteropvang en/of peuterplaatsen VE. 2.. Voor een peuterplaats peuteropvang geldt een subsidiabel aantal uren van 320 op jaarbasis, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht hebben op een toelage op grond van afdeling 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag). 3.. Voor een peuterplaats VE geldt een totaal subsidiabel aantal uren van 640 op jaarbasis (inclusief de 320 uur basisaanbod peuteropvang op grond van lid 2). 4.. Voor een peuterplaats VE voor kinderen van 2 tot 2,5 jaar geldt een subsidiabel aantal uren van 160 voor een periode van 6 maanden. 5.. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks de maximale uurprijs vast waarover subsidie wordt verleend en 6.. een forfaitaire bijdrage peuterplaats VE voor de extra bijkomende werkzaamheden per geplaatste doelgroeppeuter VE en een forfaitaire bijdrage pedagogisch beleidsmedewerker in de VE 7.. De vast te stellen maximale uurprijs, als bedoeld in lid 5, is voor peuteropvang en voor voorschoolse educatie in de peuteropvang dezelfde. 8.. De te verlenen en vast te stellen subsidie per uur is nooit hoger dan het door de instellingen ingevolge het bepaalde in artikel 7, lid 2, onder b, bij de aanvraag voor het kalenderjaar opgegeven en voor overige klanten gehanteerde uurtarief. 9.. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaande aan het kalenderjaar de inkomensafhankelijke procentuele ouderbijdrage vast voor gebruik van peuterplaatsen peuteropvang. Deze is gebaseerd op de voor het kalenderjaar geldende landelijke tabel van de kinderopvangtoeslag. 10.. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaand aan het kalenderjaar de ouderbijdrage vast voor de ouders van doelgroeppeuters VE met voorschoolse educatie in de peuteropvang. 11.. Op de te verlenen en vast te stellen subsidie per peuterplaats peuteropvang en peuterplaats VE wordt een bedrag voor ouderbijdragen in mindering gebracht. Dit bedrag is gebaseerd op de door het college vastgestelde ouderbijdrage voor het kalenderjaar. 12.. De te verlenen subsidie per peuterplaats peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling ingevolge het bepaalde in artikel 7, lid 2, onder b, bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het door het college vastgestelde uurtarief, zoals bepaald in lid 65 vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in lid 2 van dit artikel, verminderd met de ouderbijdrage conform lid 9 van dit artikel. 13.. De te verlenen subsidie per peuterplaats VE in de peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling ingevolge het bepaalde in artikel 7, lid 2, onder b, bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van de door het college vastgestelde uurprijs, zoals bepaald in lid 5vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats VE zoals bepaald in lid 3 van dit artikel, verhoogd met de in lid 5 van dit artikel genoemde forfaitaire bijdrage peuterplaats VE voor extra bijkomende werkzaamheden voorschoolse educatie, verminderd met de ouderbijdrage conform lid van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel