Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 7

De subsidieaanvraag

Onderdeel van SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG 2021

1.. Instellingen die voor een subsidie peuterplaats peuteropvang en/of peuterplaats VE in het kalenderjaar in aanmerking wensen te komen voor een subsidie op grond van artikel 6 lid 12 (subsidie peuterplaats peuteropvang) en/of lid 13(subsidie peuterplaats VE in de peuteropvang) moeten jaarlijks voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd een subsidieaanvraag indienen. 2.. De aanvraag als bedoeld in lid 1 van dit artikel is voorzien van: een gespecificeerde opgave per voorziening (locatie) van: registratienummer landelijk register, locatienaam, adres en contactgegevens; het aantal kinderen voor wie in het kalenderjaar peuterplaatsen peuteropvang wordt aangevraagd, waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 6 lid 2; het aantal doelgroeppeuters VE voor wie in het kalenderjaar subsidie peuterplaatsen VE in de peuteropvang wordt aangevraagd (conform artikel 6 lid 13); het aantal geplaatste peuters in peuterplaatsen peuteropvang, zoals bedoeld in artikel 1, lid 4, en/of in peuterplaatsen VE, zoals bedoeld in artikel 1, lid 5, op 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar het meest recent vastgestelde pedagogisch beleidsplan, als bedoeld in artikel 3, lid 2. een opgave van het voor het kalenderjaar geldende en de voor overige klanten gehanteerde uurtprijs; een opgave van de (verwachte) eigen bijdrage per peuterplaats peuteropvang en peuterplaats VE met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders voor het kalenderjaar op grond van artikel 6 lid 8 en 9 vastgestelde ouderbijdragen; een verklaring dat wordt voldaan aan de bepalingen en verplichtingen van deze subsidieregeling. 3.. Burgemeester en wethouders nemen voor 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd een besluit over de subsidieverlening. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen voor het indienen van aanvragen peuteropvang en/of voorschoolse educatie model aanvraagformulieren vaststellen. 5. . In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders een aanvraag ingediend na 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd in behandeling nemen wanneer een instelling kan aantonen dat het aantal toegekende plaatsen peuteropvang of peuterplaatsen VE waarvoor voor 1 oktober subsidie is aangevraagd voor het kalenderjaar volledig bezet is. 6. . In geval van een aanvraag op grond van lid 5 geldt in afwijking van lid 3 een beslistermijn van 8 weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel