Omgeving
Voor dit onderdeel zijn de ontwerpprincipes hetzelfde als bij de Oosterveldwoningen.
Bebouwing
We willen een kleinschalig en gevarieerd bebouwingsbeeld realiseren met daarin ook ruimte voor woningen met een platte afdekking. Daarom zijn onderstaande ontwerpprincipes nodig:
Het hoofdgebouw (de woning) bepaalt het beeld van het erf. Daarom zijn bijgebouwen, en aan- en uitbouwen ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn mee ontworpen dan wel afgestemd op het hoofdgebouw en dragen bij aan een kleinschalig bebouwingsbeeld;
Voor Het Oosterveld vinden we het belangrijk dat er variatie is in de straat voor de plaatsing van de woningen. Het hoofgebouw (woning) staat ongeveer in de lijn van de verkaveling en met de voorgevel aan de weg, de afstand van de woningen tot de straat kan variëren;
Om de randen een landschappelijke uitstraling te geven is het belangrijk dat de woningen niet te overheersend in het beeld vallen en een landelijke sfeer oproepen. Kenmerkend voor zo’n landelijke sfeer zijn woningen met een lage gootlijn, in de basis een woning van 1 bouwlaag met een kap. Eventueel kan een woning met twee bouwlagen met een kap passend zijn als daarbij in het ontwerp duidelijk zichtbaar is dat er sprake is van een uitstraling die lijkt op de uitstraling van een woning met een lage gootlijn;
Er is een variatie aan kapvormen in de straat. Er zijn veel verschillende dakvormen passend. De gekozen kapvorm speelt in op het kleinschalige bebouwingsbeeld. Lessenaarsdaken en afgeknotte schilddaken doen dat niet;
Bij langskappen van halfvrijstaande woningen zijn aan de straatzijde variaties in de kap van belang. (bijvoorbeeld dwarsnokken, dakkappellen, schoorstenen). Bij rijwoningen van twee bouwlagen
met kap is een substantiële onderbreking van de langskap van belang. Bijvoorbeeld met een dwarsnok. Bij rijen met een lage goothoogte is dit minder van belang;
Vrijstaande woningen naast elkaar in de straat kennen onderlinge variatie in het ontwerp en bij voorkeur ook in de hoofdvorm, eentonigheid in het straatbeeld moet worden voorkomen;
Als een plek bijzonder is, bijvoorbeeld op de hoek van twee straten, worden de hoofdvorm en het gevelbeeld daar op afgestemd.
Uitwerking
We vinden het belangrijk dat de uitwerking van de gevels en de kleuren en materialen van de woningen passen bij het traditionele beeld van Norg. Daarnaast is het belangrijk dat de uitwerking, de kleuren en materialen het gewenste kleinschalige gevarieerde straatbeeld in de wijk ondersteunen. Daarom zijn onderstaande ontwerpprincipes nodig:
De gevelindeling versterkt het individuele karakter van het gebouw. Bij halfvrijstaande en rijwoningen bevinden zich geen repeterende gevels naast elkaar, maar is er variatie in het gevelbeeld per woning. Bijvoorbeeld in de maatvoering, plaatsing van gevelopeningen en vlakverdeling. Toevoegingen in de gevel dragen bij aan een kleinschalig beeld. Denk aan erkers, veranda’s, serres en dergelijke;
De randen krijgen een landschappelijke uitstraling. Daarom overheersen de woningen niet te zeer in het beeld en is het kleur- en materiaalgebruik afgestemd op de landelijke sfeer die wordt beoogd. Hiervoor wordt bijzondere aandacht gevraagd als het woningen van 2 bouwlagen betreft. Deze gevels bijvoorbeeld opdelen in dak en gevel of in verschillende materialen en/of kleuren;
De kleuren van het gebouw ondersteunen het bebouwingsbeeld in de straat en betreffen de kleuren rood tot roodbruin en donkergrijs tot zwart. (Een bont kleurenpalet, felle of schreeuwerige kleuren zijn niet passend in deze omgeving, ook vergrijzend hout is niet passend);
Het gebruik van materialen wordt zorgvuldig op elkaar afgestemd in het gevelontwerp en op wat past in het straatbeeld. Het gebruik van baksteen is passend en ook het gebruik van hout is passend;
Voor de daken zijn gebakken pannen passend in de uitvoering mat, tot mat geglazuurd in de tint donkergrijs; de kleur van zonnepanelen laten passen bij de kleur van de dakpannen;
De details en verhoudingen in de gevels passen bij de stijl van het gebouw en ondersteunen het ontwerpidee van het gebouw.
Artikel 2.
Ontwerpprincipes Randenwoningen: aandacht voor inpassing in het landschap
Onderdeel van Beleidsregel beeldkwaliteit Oosterveld – FASE 2 en FASE 3