Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Ontwerpprincipes Wonen in het midden

Onderdeel van Beleidsregel beeldkwaliteit Oosterveld – FASE 2 en FASE 3

Omgeving Voor dit onderdeel zijn de ontwerpprincipes hetzelfde als bij de Oosterveldwoningen. Bebouwing We willen een kleinschalig en gevarieerd bebouwingsbeeld realiseren met een rustige uitstraling waarbij zowel woningen met een kap als woningen met een platte afdekking mogelijk zijn. Daarom zijn onderstaande ontwerpprincipes nodig: Het hoofdgebouw (de woning) bepaalt het beeld van het erf. Daarom zijn bijgebouwen, en aan- en uitbouwen ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn mee ontworpen dan wel afgestemd op het hoofdgebouw en dragen bij aan een kleinschalig bebouwingsbeeld; Voor het Oosterveld vinden we het belangrijk dat er variatie is in de straat voor de plaatsing van de woningen. Het hoofgebouw (woning) staat ongeveer in de lijn van de verkaveling en met de voorgevel aan de weg, de afstand van de woningen tot de straat kan variëren; De hoofdvorm van de woning bestaat uit één tot twee bouwlagen met een kap. Woningen kunnen ook een platte afdekking of een flauwe dakhelling krijgen, waarbij deze woningen goed moeten passen in het straatbeeld met de omliggende woningen. Voorkomen moet worden dat het beeld van een woning van één bouwlaag met platte afdekking ontstaat, daarom is een gevarieerd ontwerp nodig met bijvoorbeeld een gedeeltelijke tweede laag of een dakopbouw; Er is een variatie aan kapvormen in de straat. Er zijn veel verschillende dakvormen passend. De gekozen kapvorm speelt in op het kleinschalige bebouwingsbeeld. Lessenaarsdaken en afgeknotte schilddaken doen dat niet; Bij langskappen van halfvrijstaande woningen zijn aan de straatzijde variaties in de kap van belang (bijvoorbeeld dwarsnokken, dakkappellen, schoorstenen). Bij rijwoningen van twee bouwlagen met kap is een substantiële onderbreking van de langskap van belang. Bijvoorbeeld met een dwarsnok. Bij rijen met een lage goothoogte is dit minder van belang; Vrijstaande woningen naast elkaar in de straat kennen onderlinge variatie in het ontwerp en bij voorkeur ook in de hoofdvorm, eentonigheid in het straatbeeld moet worden voorkomen; Als een plek bijzonder is, bijvoorbeeld op de hoek van twee straten, wordt de hoofdvorm en het gevelbeeld daar op afgestemd. Uitwerking We vinden het belangrijk dat de uitwerking van de gevels en de kleuren en materialen van de woningen passen bij het traditionele beeld van Norg. Daarnaast is het belangrijk dat de uitwerking, de kleuren en materialen het gewenste kleinschalige gevarieerde straatbeeld in de wijk ondersteunen. Daarom zijn onderstaande ontwerpprincipes nodig: De gevelindeling versterkt het individuele karakter van het gebouw. Bij halfvrijstaande en rijwoningen bevinden zich geen repeterende gevels naast elkaar, maar is er variatie in het gevelbeeld per woning. Bijvoorbeeld in de maatvoering, plaatsing van gevelopeningen en vlakverdeling. Toevoegingen in de gevel dragen bij aan een kleinschalig beeld. Denk aan erkers, veranda’s, serres en dergelijke; De kleuren van het gebouw ondersteunen het bebouwingsbeeld in de straat en betreffen de kleuren rood tot roodbruin en donkergrijs tot zwart. (Een bont kleurenpalet, felle of schreeuwerige kleuren zijn niet passend in deze omgeving, ook vergrijzend hout is niet passend); Het gebruik van materialen wordt zorgvuldig op elkaar afgestemd in het gevelontwerp en op wat past in het straatbeeld. Het gebruik van baksteen is passend en ook het gebruik van hout is passend; Hoog opgaande zijgevels hoger dan 6 m in één materiaal vermijden. Deze gevels bijvoorbeeld opdelen in dak en gevel of in verschillende materialen en/of kleuren om het dorpse beeld te ondersteunen; Voor de daken zijn gebakken pannen passend in de uitvoering mat, tot mat geglazuurd in de tint donkergrijs; de kleur van zonnepanelen laten passen bij de kleur van de dakpannen; De details en verhoudingen in de gevels passen bij de stijl van het gebouw en ondersteunen het ontwerpidee van het gebouw.

Rechtspraak bij dit artikel