Naar hoofdinhoud
4.4.1 Locatie Geschiktheid De locaties waar evenementen plaatsvinden moeten met zorg gekozen en gebruikt worden. De geschiktheid van een locatie hangt nauw samen met de aard, omvang en het karakter van het evenement en de aanwezigheid van omwonenden. Dit betekent dat een verzoek om op een bepaalde (bestaande of nieuwe) locatie een evenement te mogen organiseren op zijn geschiktheid moet worden beoordeeld. Beoordeling vindt plaats op volgende uitgangspunten: Er is sprake van een spreiding van evenementen over diverse locaties. Dit om een te grote belasting van een bepaalde straat of wijk te voorkomen. Bij regelmatig gebruik van een locatie voor een evenement kan een maximum worden gesteld aan het aantal evenementen op die locatie. Als een locatie wordt gebruikt voor een luidruchtig (muziek)evenement mag in de week voor en na dit evenement geen soortgelijk evenement plaatsvinden op die locatie. Aan het gebruik van gemeentelijke terreinen kunnen voorwaarden worden verbonden ter bescherming van de dagelijkse functies van deze terreinen en in het belang van de openbare orde en veiligheid. De locatie is (infrastructureel) goed bereikbaar en indien vereist zijn er voldoende parkeerplekken beschikbaar. Er zijn nutsvoorzieningen aanwezig op of nabij de evenementenlocatie. Kleinschalige buurt of straatgebonden evenementen kunnen op vele locaties worden gehouden, omdat daarbij doorgaans geen bijzondere voorzieningen nodig zijn en ze zelden leiden tot overlast. Er wordt geen maximum gesteld aan het aantal kleinschalige buurt- of straatgebonden evenementen. Wijkoverstijgende evenementen of evenementen op kernniveau worden bij voorkeur gehouden op (meer) centraal gelegen locaties, zoals de evenemententerreinen en de markt- en dorpspleinen. Er wordt geen maximum gesteld aan het aantal wijkoverstijgende evenementen of evenementen op kernniveau. Om overbelasting te voorkomen mogen op de Markt in Oirschot maximaal 2 evenementen per maand worden georganiseerd. Markt/dorpspleinen Diverse evenementen vinden plaats op de markt- en dorpspleinen in de kernen. Het marktplein in Oirschot is op dinsdag tot 13.00 uur in principe niet beschikbaar voor het houden van evenementen of het treffen van voorbereidingen daarvoor. Het Doornboomplein in Middelbeers is op donderdag van 12.00 tot 19.00 uur in principe niet beschikbaar voor het houden van evenementen of het treffen van voorbereidingen daarvoor. Voor de plaatselijke kermissen wordt hierop een uitzondering gemaakt, de weekmarkt wordt dan verplaatst. Toestemming De organisatie van het evenement moet altijd toestemming hebben van de eigenaar van het pand of de grond waar het evenement gehouden wordt. Als het evenement op gemeente-eigendom wordt georganiseerd is de evenementenvergunning of -melding tevens de toestemming voor het gebruiken van de grond. Aan het in gebruik mogen nemen van gemeente-eigendommen kunnen voorwaarden worden verbonden of kosten worden doorberekend. Op openbaar gebied geeft de gemeente geen toestemming voor besloten feesten (geen evenement). 4.4.2 Bos-, natuur- en watergebieden Er zijn evenementen die (eventueel gemeentegrensoverschrijdend) in bos- en natuurgebieden plaatsvinden. Hieraan kunnen gevolgen verbonden zijn, zoals verstoring van de flora en fauna en de rust, vernieling van de houtopstanden en het natuurgebied. Natuurwetgeving is hierbij leidend. De organisator moet te allen tijde zorgvuldig handelen, dat wil zeggen dat er geen “wezenlijke invloed” uit mag gaan op beschermde soorten en schade aan soorten voorkomen moet worden. Zorgvuldig handelen gaat verder dan de algemeen geldende zorgplicht, wat betekent dat actief moet worden opgetreden om schade aan soorten te voorkomen. Ook de gevolgen voor de integrale veiligheid van deelnemers en publiek in bos- en natuurgebieden kunnen verstrekkend zijn. Bij dit laatste speelt vooral het onbereikbaar zijn van de evenementen voor de gealarmeerde hulpdiensten, zoals politie, brandweer en ambulance. Zandwegen zijn soms slecht begaanbaar/berijdbaar voor de voertuigen van de hulpdiensten. Ook speelt extreme droogte (code rood) in verband met brandveiligheid een rol bij evenementen in bos- en natuurgebieden. Bij de beoordeling van het evenement moet hier dan ook rekening mee worden gehouden. Aan bomen mogen geen borden, richtingspijlen, afzetlinten e.d. worden gespijkerd of op een andere manier duurzaam worden verbonden. Voorschriften Algemene voorschriften Bij evenementen in bos- en natuurgebieden worden geen aanvullende voorschriften gesteld op het gebied van bescherming van natuur als: bij het evenement enkel sprake is van wandelen of fietsen; geen gemotoriseerde voertuigen worden gebruikt bij het evenement zelf, tijdens de voorbereiding of de afbouw; geen sprake is van gemotoriseerde recreatieluchtvaart (ultra light, incl. drones); geen activiteiten plaatsvinden tussen zonsondergang en zonsopgang; geen sprake is van versterkt geluid (inclusief het gebruik van een megafoon); men niet van de gebaande bospaden en -dreven afwijkt; geen gebruik worden gemaakt van dieren, zoals honden en/of paarden; geen sprake is van varen op of zwemmen in oppervlaktewateren in de bos-, natuur- en watergebieden; geen gebruik wordt gemaakt van oppervlaktewateren en oevers; de onderhoudsstaat van de bospaden ongewijzigd blijft/blijven; geen afval of andere sporen van het evenement achter blijft; aanwijzingen, markeringen, afzettingen, hindernissen en dergelijke maximaal 24 uur voor aanvang van het evenement worden aangebracht en dezelfde dag worden verwijderd; geen sprake is van open vuur, zoals fakkels, kampvuren of vergelijkbare vuurbronnen; geen sprake is van overnachten in gebieden waar de bestemming bos en/of natuur van toepassing is; geen sprake is van lasergamen, paintballen, bushcraft en vergelijkbare activiteiten; geen sprake is van het afsteken van vuurwerk of andere knallende activiteiten (bijvoorbeeld carbid schieten). Noch door consumenten, noch door professionals, noch tijdens de jaarwisseling; geen sprake is van roken in de bos-, natuur- en watergebieden; de veiligheid van andere recreanten niet in het geding komt; men zich houdt aan de geldende openstellingsregels. Aanvullende voorschriften Van bovengenoemde algemene voorschriften kan worden afgeweken. Ter bescherming van de natuur worden bij het afwijken van de algemene voorschriften onderstaande uitgangspunten gehanteerd. Wanneer niet voldaan kan worden aan deze uitgangspunten is een ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming vereist. Bij evenementen waar gebruik gemaakt wordt van gemotoriseerde voertuigen: mogen gemotoriseerde voertuigen enkel gebruikt worden ter ondersteuning van het evenement, bijvoorbeeld voor consumpties, het klaarzetten van elementen of het uitzetten van routes; moet vooraf worden aangegeven om hoeveel voertuigen het gaat en wanneer zij in het gebied aanwezig zijn; mogen geen afsluitingen worden gepasseerd zonder dat hiervoor vooraf toestemming is gegeven en – eventueel – een sleutel is verstrekt; mag niet worden gereden met gemotoriseerde voertuigen buiten de (zand)wegen. Bij evenementen die plaatsvinden tussen zonsondergang en zonsopgang: mag dit evenement alleen plaatsvinden in de hiervoor aangewezen gebieden binnen de aangegeven perioden; mag geen sprake zijn van versterkt geluid en versterkt licht en mogen geen immobiele lichtbronnen bij het evenement worden gebruikt. De geluidssterkte mag niet hoger zijn dan 60 dB(A) en de lichtsterkte mag niet meer dan 1.000 Lumen bedragen; mogen geen bospaden worden geblokkeerd. Bij evenementen waarbij van de gebaande bospaden wordt afgeweken: mag dit alleen op de hiervoor aangewezen locaties, binnen de aangegeven perioden. Bij evenementen waarbij gebruik gemaakt wordt van dieren, zoals paarden of honden: mag geen sprake zijn van slipjacht, drijfjacht of andere vormen van jacht waar paarden en/of honden bij zijn betrokken; zijn onaangelijnde honden niet toegestaan. Stiltegebieden In de gemeente ligt een deel van een door Provincie Noord-Brabant aangewezen stiltegebied, namelijk stiltegebied Mispeleindsche en Neterselsche heide. Stiltegebied Mispeleindsche en Neterselsche heide ligt aan de zuidwestzijde van de gemeente, nabij Westelbeers. In een stiltegebied mag op een rustige manier gerecreëerd worden, zoals wandelen en fietsen. Het gebruik van radio’s, sirenes, modelvliegtuigen, vuurwerk, omroepinstallaties, muziekinstrumenten en andere lawaaimakende apparaten is niet toegestaan. Auto’s, motoren en (brom)fietsen mogen alleen op de openbare weg rijden, dus niet ‘off the road’. Bij Provincie Noord-Brabant kan een tijdelijke ontheffing worden aangevraagd voor het maken van lawaai in een stiltegebied. Deze ontheffing is uitsluitend nodig voor het maken van lawaai in een stiltegebied, niet voor het maken van lawaai buiten de grens van een stiltegebied. Van half maart tot en met half juli mag boven het Natura 2000-gebied niet worden gevlogen met gemotoriseerde recreatieluchtvaartuigen om verstoring tegen te gaan van met name broedende typische vogelsoorten. Provincie Noord-Brabant verleend geen ontheffingen voor het stijgen of landen met een luchtvaartuig in het Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden In onder andere de gemeenten Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden is het Natura 2000-gebied Kempenland-West gelegen. De beschermde soorten en habitatten in dit gebied zijn gevoelig voor verstoring door mechanische effecten, trilling en licht, optische verstoring en verontreiniging. Evenementen die deze verstoring of verontreiniging veroorzaken mogen daarom niet plaatsvinden in een Natura 2000-gebied. Van half maart tot en met half juli mag boven het Natura 2000-gebied niet worden gevlogen met gemotoriseerde recreatieluchtvaartuigen om verstoring tegen te gaan van met name broedende typische vogelsoorten. Provincie Noord-Brabant verleend geen ontheffingen voor het stijgen of landen met een luchtvaartuig in het Natura 2000-gebied. Grondwaterbeschermingsgebied Tussen Kattenberg in Oirschot, Spoordonk en de Kleine Oisterwijksche Heide is Beschermingszone Oirschot gelegen. Hierin is een waterwingebied gelegen met daarom heen een boringsvrije zone. Evenementen waarbij met welk gemotoriseerd voertuig dan ook geparkeerd wordt op niet reeds aanwezige aaneengesloten verhardingen zijn in principe niet toegestaan in een beschermingszone. In het waterwingebied zelf is het in ieder geval niet toegestaan. In de zone daarom heen is parkeren met gemotoriseerde voertuigen ten behoeve van een evenement mogelijk, mits het parkeren plaats vindt op reeds aanwezige aangesloten verhardingen, buiten het beschermingsgebied of als er aanvullende maatregelen getroffen worden waarmee wordt gewaarborgd dat de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning doelmatig wordt beschermd. In het waterwingebied zelf is het ook niet toegestaan constructies op te richten op of in de bodem, als daarmee verspreiding van schadelijke stoffen in de bodem of aantasting van beschermde werking van bodemlagen ontstaat of kan ontstaan. Evenementen waarbij geparkeerd wordt op onverhard terrein binnen een beschermingszone moeten door de organisator gemeld worden bij Provincie Noord-Brabant (uitvoerder is Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB)). De gemeente stelt de ODZOB in kennis van ingekomen aanvragen/meldingen in het een beschermingszone. 4.4.3 Natuurijs en vissen Natuurijs Het betreden van natuurijs is op voor eigen rekening en op eigen risico. De gemeente doet geen uitspraken over de betrouwbaarheid van het natuurijs. Visevenementen De leden met een VISpas, Kleine VISpas en JeugdVISpas mogen in de hiervoor aangewezen wateren vissen zonder daarvoor expliciete toestemming van de rechthebbende op het viswater te moeten hebben. Specifieke visevenementen moeten per geval door de gemeente beoordeeld worden. Voor meer informatie wordt doorverwezen naar www.sportvisserijnederland.nl. 4.4.4 Bereikbaarheid hulpdiensten In verband met de bereikbaarheid van hulpdiensten stelt de gemeente eisen aan het evenemententerrein. De gemeente stelt in ieder geval de volgende eisen aan een evenemententerrein: De locatie moet bereikt kunnen worden via een route met een minimale breedte van 3,5 meter en een vrije hoogte van 4,20 meter. De hulpdiensten moeten te allen tijde vrije doorgang hebben. De bluswatervoorzieningen moeten vrijgehouden worden en voor onmiddellijk gebruik bereikbaar zijn voor de brandweer (minimaal een straal van 100 centimeter, gemeten vanuit de brandkraan). Toegangen of uitgangen van naastgelegen gebouwen mogen niet worden versperd of belemmerd. Een tijdelijk bouwwerk moet op minimaal 5 meter afstand van opslag en gebouwen worden geplaatst en minimaal 3,5 meter van erfafscheidingen. Bij wegafsluitingen op de aanrijroute van hulpdiensten met hekken moeten personen beschikbaar zijn bij de afsluiting om hulpdiensten doorgang te kunnen bieden. Daarnaast kan het zo zijn dat de VRBZO eist dat er rijplaten worden neergelegd als het terrein in slechte staat verkeert. Naast deze eisen kan de VRBZO aanvullende eisen stellen over wegafsluitingen en calamiteitenroutes. 4.4.5 Nooduitgangen en vluchtwegen Bij de inrichting van het evenemententerrein moet de organisatie zorgen dat het publiek ingeval van een incident het terrein (zo) snel en veilig (mogelijk) kan verlaten. Daarom moeten er voldoende en duidelijk gemarkeerde nooduitgangen en vluchtwegen zijn, die vooraf zijn besproken met de vergunningverlener. De aanwezige medewerkers moeten bovendien goede instructies krijgen over de vluchtroutes. De VRBZO adviseert waar nodig over de nooduitgangen en vluchtwegen. Nooduitgangen en vluchtwegen voldoen aan de eisen uit het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 4.4.6 Vervoer algemeen Het vervoer voor en vooral na evenementen moet goed geregeld zijn, zowel in aard als in omvang. Aan het einde kunnen gemakkelijk incidenten ontstaan, vooral op evenementen met een verhoogde risicoverwachting voor alcohol- en drugsgebruik. Mensen zijn moe, niet meer nuchter en een klein ongemak kan dan snel aanleiding zijn voor escalatie. Bezoekers moeten snel bij hun voertuig kunnen komen en het terrein kunnen verlaten. Daarom moeten organisatoren van grote evenementen goed naar onderstaande zaken kijken en worden, indien nodig, hier met hen nog aanvullende afspraken over gemaakt: de bereikbaarheid, beschikbaarheid van openbaar vervoer en zo nodig aanvullend vervoer, zoals pendeldiensten naar aparte parkeerterreinen; goede bewegwijzering en logistiek op en rond parkeerplaatsen en de opstappunten voor openbaar vervoer; eventueel wegleiden van publiek na het evenement, zodat niet doorgedronken wordt in de horeca; toezicht op hoe mensen achter het stuur gaan zitten, gericht op het voorkomen van rijden onder invloed; informatie voor en tijdens het evenement over vervoersmogelijkheden, veilig verkeer en rijden onder invloed (ook in het kader van de Brabantse campagne “nul verkeersdoden”); het al dan niet inzetten van verkeersregelaars. De organisatie moet stimuleren om de fiets te gebruiken als vervoermiddel naar het evenement toe. 4.4.7 Parkeergelegenheid Parkeerdruk en parkeeroverlast behoren tot de meest voorkomende klachten van bewoners. De mate waarin de overlast wordt ervaren verschilt per wijk, buurt of zelfs per straat. De hinder is van grote invloed op de leefbaarheid in de buurt en leidt regelmatig tot gespannen verhoudingen tussen buurtbewoners. Het uitgangspunt bij evenementen is dat evenementen bij voorkeur gehouden moeten worden op plaatsen waar in ruime mate parkeervoorzieningen zijn of kunnen worden gecreëerd. Met parkeermogelijkheden, voor zowel auto’s als (brom)fietsen, moet bij de organisatie van het evenement rekening gehouden worden. Om deze reden moeten op de situatietekening behorende bij het aanvraagformulier voor het organiseren van een evenement de parkeervoorzieningen (ruimte per parkeerplaats bij voorkeur minimaal 2,5 bij 5 meter) zijn opgenomen en zijn afgestemd op het aantal te verwachten aanwezigen (bezoekers, deelnemers, organisatie enzovoorts). De organisator moet het parkeren van auto’s en fietsen, evenals eventuele omleidingsroutes, regelen via een duidelijke bewegwijzering. 4.4.8 Verkeersregelaars De Regeling Verkeersregelaars 2009 bevat regelgeving met betrekking tot het aanstellen van evenementenverkeersregelaars. Degenen die de verplichte e-instructie hebben gevolgd worden per evenement voor een periode van maximaal 12 maanden na het volgen van de e-instructie aangesteld als evenementenverkeersregelaar. Binnen de periode van aanstelling kan voor dat evenement worden opgetreden als evenementenverkeersregelaar. Evenementenverkeersregelaars zijn nodig als voor een evenement verkeersregelend opgetreden moet worden en daarvoor met het toepassen van andere verkeersmaatregelen de veiligheid onvoldoende kan worden gegarandeerd. De gemeente en de politie beoordelen het evenement hierop bij de aanvraag of melding voor het evenement. Voor elke specifieke inzet bij een evenement moeten de evenementenverkeersregelaars een specifiek daarop toegesneden instructie volgen. Evenementenverkeersregelaars oefenen hun taak uit onder direct toezicht van de politie. Jas/hes Tijdens de uitoefening van hun taak dragen evenementenverkeersregelaars voor de duur van hun werkzaamheden een jas of hes. Deze jas of hes moet voldoen aan de omschrijving uit bijlage 2 van de Regeling Verkeersregelaars 2009. Leeftijd verkeersregelaar Om voor aanstelling als evenementenverkeersregelaar in aanmerking te komen moet de betreffende persoon minimaal 16 jaar oud zijn. Evenementenverkeersregelaars die jonger zijn dan 18 jaar mogen bij de uitoefening van hun taak slechts ingezet worden op wegen waar niet sneller wordt gereden dan 50 km per uur en als ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is. Verzekering Zowel in de gemeente Reusel-De Mierden woonachtige vrijwilligers van de organisatie van het evenement als daar woonachtige vrijwillige verkeersregelaars vallen onder de collectiviteitverzekering van de gemeente (paragraaf 4.14.4). Aanstellingsprocedure Organisaties moeten zelf een lijst met namen van evenementenverkeersregelaars die bij hun evenement op gaan treden aandragen bij de gemeente. Dit mogen alleen personen zijn die de e-instructie hebben gevolgd. Voor elke evenementenverkeersregelaar moet een bewijs van de gevolgde e-instructie aan de gemeente worden overlegd. Als de e-instructie is gevolgd wijst de burgemeester de evenementenverkeersregelaar per evenement aan. Elke aanstelling gebeurt voor de maximaal mogelijke periode (maximaal 12 maanden na het volgen van de e-instructie). De aanstellingsperiode wordt vastgelegd in het aanstellingsbesluit. 4.4.9 Busverbindingen Uitgangspunt is dat evenementen niet plaatsvinden op de route van lijnbussen. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken. Als een evenement toch plaatsvindt op de route van de lijnbussen en de lijnbussen hierdoor niet de vastgestelde route kunnen rijden informeert de gemeente de busmaatschappij hierover. De busmaatschappij zoekt een alternatieve route en maakt deze route bekend in een van gemeentewege uitgegeven blad. 4.4.10 Verkeersmaatregelen Voor tijdelijke wegafsluitingen en andere tijdelijke verkeersmaatregelen bij evenementen moeten (in principe) verkeersbesluiten genomen worden. Vanwege tijdelijke (korter dan 4 maanden) dringende omstandigheden kan een verkeersbesluit achterwege worden gelaten. In jurisprudentie is bepaald dat een evenement mede onder een dringende omstandigheid geschaard kan worden, waardoor daarvoor het nemen van een verkeersbesluit niet nodig is. De organisatie van een evenement geeft op het meldings- en aanvraagformulier aan welke verkeersmaatregelen nodig zijn en geeft op een situatietekening aan waar welke maatregelen, inclusief bebording (afzettingsborden en verkeerstekens), worden uitgevoerd. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat doorgaande wegen en gebiedsontsluitingswegen zo min mogelijk worden afgesloten en dat voldaan wordt aan CROW richtlijn 96b. De gemeente beoordeelt of de aangegeven verkeersmaatregelen voldoende zijn om de (verkeers)veiligheid te garanderen. Mocht er toch sprake zijn van een afsluiting van een doorgaande weg of gebiedsontsluitingsweg, dan worden daar eisen aan gesteld door de gemeente. In de vergunning of melding geeft de gemeente aan of de juiste afzettingsborden en verkeertekens geplaatst worden conform het meldings- en aanvraagformulier of waar welke andere maatregelen getroffen moeten worden. De organisatie is verplicht deze te verwerken en te plaatsen, zoals door de gemeente is aangegeven. De organisator is ook verantwoordelijk voor een goede bewegwijzering voor het verkeer naar de locatie toe. Provinciale wegen en Rijkswegen Als tijdelijke verkeersmaatregelen, zoals het plaatsen van borden voor omleidingsroutes, nodig zijn op Provinciale of Rijkswegen dan is voor die maatregelen een akkoord nodig van Provincie Noord-Brabant/Rijkswaterstraat. De organisatie of de door hen ingehuurde zelfstandige hulppersoon moet hiervoor aan eisen voldoen en moet akkoord vragen aan de Provincie/Rijkswaterstaat. De Provincie en Rijkswaterstaat stellen eisen aan de uit te voeren verkeersmaatregelen. Provinciale wegen Als tijdelijke verkeersmaatregelen, zoals het plaatsen van borden voor omleidingsroutes, nodig zijn op Provinciale wegen dan is voor die maatregelen een akkoord nodig van Provincie Noord-Brabant. De organisatie of de door hen ingehuurde zelfstandige hulppersoon moet hiervoor aan eisen voldoen en moet akkoord vragen aan de Provincie. De Provincie stellen eisen aan de uit te voeren verkeersmaatregelen. 4.4.11 Wegsleepverordening In Oirschot is een wegsleepverordening van toepassing. Deze verordening kan van toepassing worden verklaard op elk evenement wat plaatsvindt op openbare wegen of weggedeelten. Als de wegsleepverordening op een evenement van toepassing wordt verklaard wordt dat in de vergunning of melding opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel