Naar hoofdinhoud
7.2.1 Evenement afgelasten De burgemeester kan in het geval van overmacht situaties besluiten dat een evenement (tijdelijk) geen doorgang kan vinden. Van een overmacht situatie is bijvoorbeeld sprake bij (plotseling) opkomend extreem weer (warm, koud, storm), een pandemie, slechte waterkwaliteit bij watersportevenement, aanwijzingen van een terreurdaad of een gesprongen waterleiding in de omgeving van het evenement. 7.2.2 Terreur Zonder aanwijzingen voor of dreiging van een terreurdaad worden er geen standaard of aanvullende voorschriften hierover aan vergunningen en meldingen verbonden. Als in een specifieke vergunning of melding nadere voorschriften in dat kader opgenomen moeten worden adviseert de veiligheidscoördinator van de gemeente, de politie of de VRBZO hierover aan de burgemeester. Het advies hierover moet meegenomen worden in het advies wat ze al geven in het kader van het vergunningenproces. Dit geldt ook als een vergunning al is verleend of als een melding al is geaccepteerd en er nog toezicht op het evenement uitgeoefend moet worden. Omdat hulpdiensten veelal niet al aanwezig zijn op een evenement waar een terreurdaad wordt gepleegd moet in de planvorming voor risicovolle evenementen rekening worden gehouden met dit scenario. 7.2.3 Veiligheids- en crisismanagement Met veiligheidsmanagement wordt de aanpak van veiligheid in reguliere omstandigheden bedoeld. Is sprake van buitengewone omstandigheden die vaak om geheel andersoortige maatregelen vragen, dan is crisismanagement aan de orde. Veiligheidsmanagement De burgemeester is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente waar een evenement plaatsvindt. Bij een optreden in verband met de veiligheid op of rond een evenement is het onderscheid tussen normale en buitengewone omstandigheden relevant. Van de normale bevoegdheden kan de burgemeester gebruikmaken indien de veiligheid op enigerlei wijze in het geding is en waarbij de normale bevoegdheden (nog) toereikend zijn om de veiligheid te handhaven. Hierbij gaat het om veiligheidsmanagement. Dit omvat de maatregelen die de organisatie in samenwerking met de overheid voorbereidt om de randvoorwaarden voor een veilig verloop van het evenement in normale omstandigheden te realiseren. De belangrijkste onderdelen van het veiligheidsmanagement van evenementen zijn: de beveiliging van in- en uitgangen en niet voor publiek toegankelijke gedeeltes; het reguleren van publieksstromen op het evenement; het reguleren van verkeersstromen van en naar het evenement; de toegangscontrole: leeftijd, verboden middelen, wapens; surveillance op het terrein: signaleren, ingrijpen; de controle op brandveiligheid; de inzet van EHBO-ers en artsen voor het verzorgen van bezoekers; de communicatie naar bezoekers, onder andere over ge- en verboden, gedragsregels en veiligheidsvoorschriften. Crisismanagement Met de term crisis wordt hier gedoeld op buitengewone omstandigheden die om een snelle effectieve respons vragen. Hierbij wordt aangesloten bij de definitie van crisismanagement: het management van uitzonderlijke situaties die een ernstige bedreiging vormen voor de (maatschappelijke) basisstructuren, waarin met geringe tijd om te beslissen en een hoge mate van onzekerheid kritische beslissingen moeten worden genomen. Uitgangspunt is dat bij een crisis de reguliere veiligheidsmaatregelen niet meer afdoende zijn. De organisator kan het in feite niet meer af met de eigen maatregelen. Er ontstaat een veel nadrukkelijkere rol van de overheid. Het is immers de taak van de overheid om de veiligheid van haar burgers te waarborgen. Omslagpunt van veiligheids- naar crisismanagement Tot hoever maatregelen onder veiligheidsmanagement vallen en wanneer het omslagpunt is bereikt waarop crisismanagement nodig is, hangt af van een tweetal factoren. Ten eerste hangt het af van de mate waarin de betrokken actoren zich hebben voorbereid op bepaalde calamiteiten. Ten tweede hangt het af van de mate waarin de aanpak van een calamiteit met de middelen die voorhanden zijn kan worden afgedaan. Het omslagpunt van veiligheidsmanagement naar crisismanagement heeft zowel voor de organisator als voor de overheid grote consequenties. Belangrijk is daarom dat betrokkenen ook daadwerkelijk vaststellen dat er sprake is van een crisis en beseffen welke gevolgen deze beslissing heeft. Bij grotere C-evenementen is het daarom verstandig dat vertegenwoordigers van politie, brandweer, GHOR en gemeente zich nadrukkelijk bemoeien met het verloop van het evenement en de aanpak van incidenten. Zij kunnen dan ook samen met de organisator afwegingen maken over de te nemen maatregelen. Het belang van bekendheid met veiligheids- en crisismanagement De bij het evenement betrokken organisaties moeten vooraf kennis hebben van de verschillen tussen veiligheids- en crisismanagement. De betrokken partijen moeten vooraf door middel van afspraken, scenariobesprekingen en oefeningen voldoende bekend zijn gemaakt met hun taak en positie in uiteenlopende situaties. Organisaties die pas actief betrokken raken als er sprake is van crisismanagement moeten ook bekend zijn met de wijze waarop het veiligheidsmanagement is georganiseerd. Zij moeten daarmee immers rekening houden in een crisissituatie. Hulpverleningsdiensten moeten bekend zijn met zaken als welke uitvalswegen het publiek moet gebruiken, hoe de hekken zijn opgesteld in verband met ontruiming en welke maatregelen in het kader van brandveiligheid zijn genomen. Vooral bij C-evenementen moet de organisatie bekend zijn met veiligheids- en crisismanagement. Ook bij B-evenementen kan hier door de gemeente aandacht voor worden gevraagd. 7.2.4 Ontruiming Het kan voorkomen dat er op een evenement een ernstig incident plaatsvindt. Er kan dan besloten worden om over te gaan tot ontruimen. Doordat op een evenement veel bezoekers op een beperkte ruimte bij elkaar kunnen komen moet vooraf bekend zijn hoe er dan wordt ontruimd. Als er een beveiligingsorganisatie aanwezig is, heeft deze de taak om de ontruiming te begeleiden en/of uit te voeren. Als er geen beveiligingsorganisatie aanwezig is, is dit een taak van de organisatie. De organisatie moet medewerkers/vrijwilligers vooraf informeren over hun rol bij een ontruiming. Ontruimen kan gedeeltelijk of volledig plaatsvinden. Er kunnen diverse redenen zijn om te ontruimen. Deze zijn bijvoorbeeld: brand; weersomstandigheden (storm, hevige regen, hagelbui of hevig onweer, blikseminslag); bouwkundige omstandigheden (bijvoorbeeld instortingsgevaar van een tribune); bommelding; het vinden van een verdacht voorwerp; ongeregeldheden (denk aan verdrukking, massale vechtpartij, bestorming van het evenementengebied, vuurwerk); uitvallen van voorzieningen (stroom, geluid, tourniquets (draaihekken), water, verlichting); gaslek en gasexplosie; het gebruik van traangas of andere vormen van gas. Ontruimingsprocedure Wanneer er besloten wordt tot ontruimen, kan dit worden aangegeven door de organisatie, de hoofdverantwoordelijke van een locatie, het hoofd Bedrijfshulpverlening (BHV), door de politie of de brandweer. Als dit nodig is gebeurt dit op bevel (last) van de burgemeester. Een ontruiming kan alleen maar goed en rustig verlopen als er voldoende tijd is om te ontruimen. Als er te weinig tijd is kunnen er eenvoudig zaken fout gaan. Een ander probleem bij ontruimen is altijd de grote kans op paniek. Paniek ontstaat vaak uit onzekerheid. Verantwoordelijkheid De ontruiming is geregeld in de Gemeentewet. De eindverantwoordelijke van de gemeente is de burgemeester. Het zoeken naar verdachte zaken is in eerste instantie een taak van de politie. Als er explosieven gevonden worden, of verdachte zaken in dat kader, kan het Explosieven Opruimingscommando (EOC) van Defensie worden ingeschakeld. 7.2.5 Rampenbestrijding Een ramp is een gebeurtenis of dreiging met ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid als gevolg, waarbij mens of materieel belang ernstig wordt bedreigd of geschaad en waarvoor een gecoördineerde multidisciplinaire inzet van (operationele) diensten nodig is. Onder de beheersing van rampen wordt ook verstaan het aanwenden van alle middelen (in personeel en in materieel) die nodig zijn om rampspoedige gebeurtenissen, catastrofen of schadegevallen te bestrijden of te voorkomen. De gemeentelijke medewerker rampenbestrijding is verantwoordelijk voor de voorbereiding binnen de gemeentelijke organisatie. Hiervoor moet deze medewerker op de hoogte zijn van de planvorming van evenementen. Dit betekent ook dat het regionale crisisplan en de deelprocessen Bevolkingszorg actueel worden gehouden en dat medewerkers door middel van opleiden, oefenen en bijscholen worden voorbereid op hun rol in een gemeentelijk proces ten tijde van een ramp/crisis. De Wet veiligheidsregio's (Wvr) kent enkele verplichte planfiguren: risicoprofiel, beleidsplan en crisisplan. Deze planfiguren moeten één keer in de vier jaar door het bestuur van de VRBZO vastgesteld worden. Op basis van de voor het beleidsplan opgestelde risicoprofiel zijn calamiteiten op of rondom evenementen in de regio als een risico gedefinieerd. Het vastgestelde risico van calamiteiten op en/of rondom evenementen is een reëel risico gebleken. Rampenbestrijding en de veiligheidsketen De veiligheidsketen geeft alle elementen weer die samen leiden tot een optimale bestrijding van rampen. Het gaat daarbij om zaken die ter voorkoming van rampen, bij de voorbereiding op en de bestrijding van rampen en in de herstelfase moeten worden gedaan. De veiligheidsketen bestaat uit de schakels proactie, preventie, preparatie, repressie en nazorg. De brandweer (rode kolom), de GHOR (gele kolom) de politie (blauwe kolom) en de gemeente (oranje kolom) zijn gezamenlijke partners in de veiligheidsketen bij de rampenbestrijding. 7.2.6 Handelswijze veranderende (weers)omstandigheden Op diverse momenten voor of tijdens een evenement kunnen zich situaties voordoen die om actie van de organisatie vragen. Dit is in ieder geval aan de orde bij extreem weer (hitte, onweer, sterke wind) en andere calamiteiten, bijvoorbeeld vanwege een ongeval of terreur(dreiging). In het verleden werd er veel ad hoc gereageerd bij deze veranderende (weers)omstandigheden. Hierbij was niet duidelijk wie welke taak uitvoert. Daarom wordt de handelswijze hiervoor, met wie welke rol hierin heeft, opgenomen in dit uitvoeringsbeleid. De handelwijze wordt als volgt: Signalering: organisator, veiligheidsmedewerker gemeente, Veiligheidsregio, politie of een vergunningverlener of toezichthouder van afdeling VTH de Kempen signaleren een extreme situatie. Beoordeling: de veiligheidsmedewerker van de gemeente beoordeelt hoe te handelen. Vanwege de gevolgen voor de openbare orde en veiligheid wordt die beoordeling afgestemd met de burgemeester. De burgemeester besluit welke actie moet volgen. Uitvoering: een medewerker van afdeling VTH de Kempen onderneemt na berichtgeving van de veiligheidsmedewerker van de gemeente over het besluit van de burgemeester actie richting de organisatie van het evenement over de beslissing van de burgemeester. Wanneer de actie richting de organisatie enkele dagen voorafgaand aan het evenement plaatsvindt wordt de actie uitgevoerd door een vergunningverlener. Wanneer de actie richting de organisatie zeer kort voor of tijdens het evenement plaatsvindt wordt de actie uitgevoerd door een toezichthouder. Ondernomen acties worden teruggekoppeld aan de veiligheidsmedewerker van de gemeente, welke het zo nodig nog kort sluit met de burgemeester.

Rechtspraak bij dit artikel