Circa 25% van de capaciteit (zie figuur 4) wordt benut om slim in te kunnen spelen op opvallende toezichtresultaten, waaronder het gedrag van overtreders in een activiteitgroep. De ODH maakt ieder jaar een voorstel over waar het volgende jaar op grond van de data-analyse inzet wordt gepleegd. Deze inzet wordt aan de opdrachtgevers voorgelegd voorafgaand aan ieder werkplanjaar.
Waarom is voor deze aanpak gekozen? Tijdens de evaluatie van de vorige methodiek werd geconcludeerd dat het noodzaak was om beter te analyseren en te plannen welke thema’s bij welke branches zouden worden toegepast. Daarnaast zou voortaan moeten worden bekeken of het doelmatig is om bij veel branches thematisch of projectmatig toezicht uit te voeren. Verder gaven de stakeholders aan dat het belangrijk is om meer te kijken naar de volgende onderwerpen:
Analyse van het geregistreerde gedrag van overtreders
Analyse van het type overtredingen dat veelvuldig is aangetroffen
Analyse van delen van activiteitgroepen waar veel overtredingen geconstateerd worden
Analyse van veel voorkomende kenmerken (in een activiteitgroep) met verhoogd risico
Inspelen op veranderende wetgeving
Aanbevelingen toezichthouders op basis van bevindingen in het veld
Door de resultaten en behoeften expliciet op te halen en te analyseren, is de verwachting dat er effectiever toezicht wordt uitgevoerd dat beter aansluit op de maatschappelijke omgeving waarin we ons bevinden. De analyse zal allereerst moeten uitwijzen waar de capaciteit het beste kan worden ingezet. Dit kan nadrukkelijk ook bij categorie 1 bedrijven plaatsvinden aangezien deze bijvoorbeeld op vlakken zoals duurzaamheid ook een grote rol spelen. Vervolgens moet bepaald worden op welke wijze deze inzet zal plaatsvinden. Op deze manier wordt het ook mogelijk om middelen in te zetten die gehoor geven aan de preventiestrategie, zoals opgenomen in de bestuurlijk afgestemde gemeentelijke VTH-nota.
Aan het einde van ieder toezicht jaar wordt data m.b.t. gedrag en type overtredingen en kenmerken opnieuw opgehaald en geanalyseerd. Ook wordt er gekeken naar (de impact van) veranderde regelgeving en eventuele aanbevelingen van toezichthouders. Hierbij worden in ieder geval de volgende vragen behandeld:
Vraagstelling 1: Zijn er opvallende tendensen waar te nemen t.a.v. het gedrag van overtreders in een groep?
Bij elke toezichtzaak waarin een overtreding wordt geconstateerd vult de toezichthouder de zogenaamde sanctiematrix in. Dit is een uitgangspunt van de Landelijke Handhavingsstrategie en de Wabo sanctiestrategie.
De toezichthouder kiest uit 4 typeringen:
goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen, de bevinding is het gevolg van onbedoeld handelen; of
onverschillig/reactief, neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud; of
is opportunistisch en calculerend, er is sprake van het bewust belemmeren van controlerenden, er is sprake van mogelijkheidsbewustzijn, maar de gevolgen van het handelen worden op de koop toe genomen, bewust risico nemend; of
bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel of deel uitmakend van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen.
Veruit de meeste overtreders worden als ‘onverschillig/reactief’ aangeduid. De eerste vraag uit de data-analyse haalt op of er in bepaalde activiteitgroepen een groter deel van de overtreders als goedwillend, proactief of juist opportunistisch/calculerend of bewust en structureel is aangemerkt. Vervolgens kan ook worden bekeken of dat gedrag bij een specifieke overtreding of deel van de activiteitgroep plaatsvindt. Vervolgacties zouden dan themacontroles of een informatiebijeenkomst kunnen zijn.
Vraagstelling 2: Zijn er opvallende tendensen waar te nemen t.a.v. het type overtredingen?
Als er in de afgeronde controles van het huidige jaar veel dezelfde overtredingen worden geconstateerd kan dat reden zijn om in het daaropvolgende jaar een project op te starten. Dit kan zijn bij een specifieke activiteitgroep, bij een specifieke activiteit of kenmerk (zoals een propaantank) of bij een algemeen voorschrift in de gehele regio. Het type projecten (met toezichtsmiddel) dat hiervoor kan worden ingezet is afhankelijk van de constatering. Voorbeelden zijn themacontroles op specifieke bedrijven met een bepaald kenmerk/onderwerp binnen een activiteitgroep, het versturen van brieven met meer informatie over wettelijke plichten of een informatiebijeenkomst voor een specifieke branche.
Vraagstelling 3: Zijn er opvallende tendensen waar te nemen t.a.v. de delen van activiteitgroepen waar veel overtredingen geconstateerd worden?
Als het naleefgedrag van een deel van een activiteitgroep erg slecht is (en dit niet per definitie ligt aan een type overtreding) kan ervoor worden gekozen om het aantal integrale controles vanuit de prioritering (zie hoofdstuk 8.3) voornamelijk in dat deel in te zetten.
Vraagstelling 4: Zijn er verhoogde risico’s aan te wijzen op basis van de kenmerkenregistratie van bedrijven in de activiteitgroepen?
Als er in een activiteitgroep veel bedrijven voorkomen met een of meerdere risicovolle kenmerken (bijv. EV en ZZS) kan ervoor worden gekozen om daar aandacht aan te besteden via themacontroles of preventie instrumenten zoals informatieverstrekking over de opslag van gevaarlijke stoffen.
Vraagstelling 5: Wordt er een nieuwe wettelijke eis geïmplementeerd waar via preventief toezicht extra aandacht aan moet worden besteed?
Door in te spelen op veranderende wetgeving kunnen overtredingen en mogelijk milieu calamiteiten worden voorkomen. Er kunnen verschillende acties in gang worden gezet afhankelijk van of de regelgeving van toepassing is op een specifieke groep, binnen een activiteitgroep of branche of juist activiteitgroep overstijgend is. Er kan gedacht worden aan het sturen van informerende brieven of het houden van informatiebijeenkomsten.
Vraagstelling 6: Worden er tendensen gesignaleerd door toezichthouders in het veld waarop moet worden ingespeeld?
Als toezichthouders opvallende trends of ontwikkelingen waarnemen in het veld, wordt daar gepast op gereageerd. Dit gaat niet over enkele bedrijven waar tijdens signalering misstanden worden ontdekt, hiervoor worden inventarisatie controles ingezet.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.4