Naar hoofdinhoud
Het bepalen van een risicoscore heeft meerdere componenten. In dit hoofdstuk worden de verschillende onderdelen uiteengezet die leiden tot de toebedeling van een risicoscore per activiteitgroep. 7.3.1Via de worst case score In 2014 is met de opdrachtgevers een scoretabel opgesteld waarin voor elke branche een risicoscore is bepaald op basis van een worst case benadering. Deze tabel is van brancheaanpak omgezet naar de voorgesteld activiteitgroep-aanpak. Vervolgens hebben opdrachtgevers (op enkele hoofdlijnen) en toezichthouders deze bijgesteld naar de huidige bevindingen. De manier van scoren is daarbij hetzelfde gebleven, zie bijlage. De voorheen gehanteerde 47 branches zijn omgezet naar 14 activiteitgroepen. Om de worst case indeling van 2014 recht te doen hebben we per activiteitgroep 3 potentiële calamiteiten gedefinieerd en deze scores gemiddeld naar 1 groepsrisico. Deze risicoscore wordt vervolgens bijgesteld met de naleving (hoofdstuk 8.3.2). 7.3.2Via het naleefgedrag van de afgelopen jaren Het naleefgedrag van een activiteitgroep heeft dezelfde effecten op de risicoscore als in de vorige methodiek: Waarde Naleefgedrag +4 Het naleefgedrag is zeer laag < 25% +2 Het naleefgedrag is laag < 50% 0 Het naleefgedrag is gemiddeld tussen de 50 en 70 % -2 Het naleefgedrag is hoog > 70% -4 Het naleefgedrag is zeer hoog > 90% Voorafgaand aan de planning van 2021 is gekeken naar het naleefgedrag dat werd opgehaald bij de integrale controles in 2016 t/m 2019 (periodiek wm-regulier, periodiek gestapeld en incidenteel inventariserend toezicht). Deze analyse bepaalde de startstand van het naleefgedrag per activiteitgroep. In onderstaande tabel staat de bijstelling die in de jaren 2021 en 2022 per activiteitgroep zal gelden. Activiteitgroepen Naleefgedrag Glastuinbouw 4 Tankstations 2 Milieustraten, recycling en afvalverwerkers 2 Garages, autoberging en onderhoudswerkplaatsen 2 Opslag- en transportbedrijven en spoorwegwegemplacementen 2 Agrarisch 2 Industrie 0 Medisch 0 Sport, recreatie en culturele instellingen 0 Bouw-, metaal, installatie- en dienstverleningsbedrijven 0 Woon- en verblijfsgebouwen 0 Detailhandel -2 Horeca -2 (Zuiverings)technische werken en drinkwaterbedrijven -2 Voor de jaren 2023 en 2024 zal het naleefgedrag opnieuw worden opgehaald en geanalyseerd. Hiervoor zullen de uitkomsten van de integrale controles, in 2021 en 2022 worden gebruikt. 7.3.3Bepaling toezicht per activiteitgroep n.a.v. uiteindelijke risicoscore Na elke twee jaar wordt de risicobepaling per activiteitgroep (zie tabel in hoofdstuk 8.3.1) aangevuld met de scores van het naleefgedrag. Hoe hoger een risicoscore hoe meer kans op een groter aantal reguliere controles bovenop degene die worden uitgevoerd t.b.v. de steekproef. In onderstaande tabel staat aangegeven bij welke risicoscore er welke prioriteit aan een activiteitgroep wordt gegeven. In de figuur daaronder wordt de betekenis van de prioriteit in de verdeling van capaciteit weergegeven. Risicoscore Prioriteit >9 Zeer hoog > 7 en ≤ 9 Hoog > 5 en ≤ 7 Gemiddeld ≤ 5 Laag Voor de jaren 2021 en 2022 wordt uitgekomen op de volgende prioriteit per activiteitgroep: 7.3.4Prioriteitstelling risicoscore Er kunnen zich redenen voordoen om de risicoscore bijstelling n.a.v. het naleefgedrag anders in te zetten. Als een activiteitgroep n.a.v. de bijstelling van het naleefgedrag veranderd van prioriteit maar de achterliggende redenen hiervoor reden geven kan de capaciteit anders worden ingezet. Voorbeelden hiervan zijn: Als er wordt opgemerkt dat bij een activiteitgroep slecht naleefgedrag (<50%) wordt veroorzaakt door minder milieu relevante overtredingen bijvoorbeeld het niet op tijd aanleveren van administratieve verplichtingen, kan dat reden zijn om de risicoscore van een activiteitgroep niet te verhogen. Als er slecht naleefgedrag wordt geconstateerd bij een activiteitgroep maar er bij veel (dezelfde) overtredingen goedwillend of proactief gedrag wordt waargenomen, zou het echter disproportioneel en niet doeltreffend zijn om een groot deel van de groep integraal te controleren. Dit kan een reden zijn om een preventie project op te starten zoals ook in hoofdstuk 8.4 wordt beschreven. Als de activiteitgroep door dit slechte naleefgedrag in een hogere prioriteit komt kan dat reden zijn om de extra capaciteit in te zetten voor het project i.p.v. integraal toezicht door de prioritering. Op deze wijze wordt gehoor gegeven aan de wens van de gemeenten om het gedrag van de overtreders mee te nemen bij de bepaling van de risicoscore en daarmee de prioriteitstelling. De veranderingen m.b.t. de inzet in het werkplan door zulke constateringen zullen worden voorgelegd aan de gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel