Naar hoofdinhoud
1.. Personen komen, gelet op hun krachten en bekwaamheden, niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag omdat zij geacht worden voldoende uitzicht te hebben op inkomensverbetering, als zij: op de peildatum of tijdens de referteperiode: uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgen of hebben gevolgd, studiefinanciering (hebben) ontvangen op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF), of een tegemoetkoming (hebben) ontvangen op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS); op de peildatum inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf ontvangen; op de peildatum in aanvulling op hun inkomsten uit arbeid een uitkering van de gemeente Westerveld ontvangen, tenzij is vastgesteld dat deze personen: medisch uren beperkt zijn, of naast het inkomen uit arbeid geen of een beperkt groeipotentieel hebben; op de peildatum een uitkering ontvangen op grond van het Bbz2004 als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b van het Bbz2004; op de peildatum een werkloosheidsuitkering ontvangen van het UWV; op de peildatum een uitkering van de gemeente Westerveld ontvangen en gezien hun krachten en bekwaamheden geacht worden binnen 12 maanden betaalde arbeid te vinden; in de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum een of meerdere maatregelen opgelegd hebben gekregen door of namens het college, een andere gemeente of het UWV wegens: het betonen van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, schending van een arbeids- of re-integratieverplichting, of verwijtbare werkloosheid. 2.. In afwijking van het eerste lid, onderdeel g, kan een maatregel buiten beschouwing worden gelaten als deze is herzien op grond van de Beleidsregels inkeerregeling Westerveld 2020.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel