**1..** Personen die op de peildatum een uitkering van de gemeente Westerveld ontvangen hebben, gelet op hun krachten en bekwaamheden, geen uitzicht op inkomensverbetering als:
zij op de peildatum volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, Participatiewet;
bij hen op de peildatum geen of een beperkt groeipotentieel is vastgesteld;
zij op de peildatum en in de referteperiode tot de doelgroep van de loonkostensubsidie behoren en in die periode geen inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf hebben genoten.
**2..** Personen die op de peildatum een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV ontvangen hebben, gelet op hun krachten en bekwaamheden, geen uitzicht op inkomensverbetering als zij:
volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn als bedoeld in artikel 4 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn als bedoeld in artikel 4 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en in de referteperiode:
geen inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf hebben genoten, of
wel inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf hebben genoten maar in een situatie verkeren vergelijkbaar met personen als bedoeld in artikel 2.2 onderdeel d onder 1° of 2°.
**3..** Geen uitzicht op inkomensverbetering hebben, gelet op hun krachten en bekwaamheden:
partners van personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV, die op de peildatum en in de referteperiode geen inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf (hebben) ontvangen;
personen die op de peildatum uitsluitend inkomsten uit alimentatie of nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet ontvangen en in de referteperiode geen inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf hebben ontvangen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3