Naar hoofdinhoud
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe voor iedereen beschikbaar, of mensen nu wel of geen beperking hebben. Wat in een concrete situatie algemeen gebruikelijk is, hangt vaak af van de geldende maatschappelijke normen op het moment van de aanvraag en ook van de individuele situatie van de cliënt. Algemeen gebruikelijke voorzieningen hoeven niet vanuit de Wmo te worden verstrekt. Een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel is algemeen gebruikelijk als deze: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking én; daadwerkelijk beschikbaar is, én aan passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is, én financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Heel duidelijk zijn deze criteria niet. De jurisprudentie verwoordt het zo: “een voorziening waarvan aannemelijk is te achten dat belanghebbende daarover ook zou hebben beschikt als hij niet gehandicapt was” (zie o.a. CRvB 24-02-2016, ECLI:NL:CRVB:2016:614). Bovendien blijkt uit jurisprudentie dat een voorziening voor de ene persoon wel algemeen gebruikelijk kan zijn en voor de ander niet. Zo kan een fiets met trapondersteuning algemeen gebruikelijk zijn voor een volwassene, maar weer niet voor een jongere van 12 jaar met een energetische beperking. Ook kan een in beginsel algemeen gebruikelijke voorziening voor een individu waarbij de handicap plotsteling ontstaat toch niet algemeen gebruikelijk zijn, omdat de betreffende voorziening eerder dan normaal aangeschaft of vervangen moeten worden. Er is geen complete lijst van voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn, maar voorbeelden zijn: tandem (met uitzondering van een ouder-kind tandem); fiets met lage instap, ligfiets; spartamet/ tandemmet; elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) bakfiets, fietskar, aanhangfiets; autoaccessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten, trekhaak; éénhendelmengkranen; thermostatische kranen; kookplaat; verhoogd toilet of toiletverhoger; gebruikelijke renovatie van badkamer en keuken na verloop afschrijvingstermijn1Voor wat betreft de afschrijvingstermijnen voor voorzieningen wordt verwezen naar bijlage 3, afschrijvingstermijnen voor woningverbeteringen.; antislipvloer/coating; zonwering (inclusief elektrische bediening); ophogen tuin/bestrating bij verzakking; gemaksdiensten van de zorgverzekeraar; doucheglijstang; thermostaatkraan; verrijdbare airco; luchtbevochtiger; wasdroger; verwijderen van lavet en vervangen door een douche; centrale verwarming; vervanging van vloerbedekking en gordijnen; vervanging van reeds afgeschreven zaken; elektrische garagedeuropener; computer (eventueel met braille-leesregel); eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen zoals rollators, krukken en loophulpen; sta- op stoel; aangepaste keukenspullen zoals openers, scharen en fixeersnijplanken; noise cancelling koptelefoon. Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen Voor een aantal woonvoorzieningen hanteert het college afschrijvingstermijnen, die zijn opgenomen in bijlage 3 bij deze beleidsregels. Dat wil zeggen dat er alleen een woonvoorziening wordt toegekend, als de afschrijvingstermijn van een voorziening nog niet verstreken is. Er wordt vanuit gegaan dat een cliënt (of bij huur, de verhuurder) de woonvoorziening na deze afschrijvingstermijn op eigen kosten vervangt, omdat ook een persoon zonder beperkingen na verloop van de afschrijvingstermijn de woonvoorziening vervangt. Anders gezegd, het vervangen van de woonvoorziening wordt als algemeen gebruikelijk aangemerkt. Voorbeeld: een cliënt kan geen gebruik meer maken van het bad. Deze moet worden vervangen door een inloopdouche. De badkamer is 30 jaar geleden voor het laatst gerenoveerd. Vertrekpunt is dan dat renovatie algemeen gebruikelijk is, omdat de badkamer is afgeschreven. De cliënt kan de badkamer renoveren op eigen kosten en daarbij gelijk zelf het bad laten vervangen door een inloopdouche.

Rechtspraak bij dit artikel