Het college beoordeelt ook of het resultaat: wonen in een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing. Deze beoordeling vindt alleen plaats als de kosten van het aanpassen van de woning meer bedragen dan € 10.000,-. Deze regel is bekend als het zogenaamde primaat van de verhuizing, in feite een specifieke toepassing van de regel dat alleen de goedkoopste passende voorziening wordt verstrekt.
Als de afweging tussen aanpassen en verhuizen wordt gemaakt, worden hierbij per
geval alle relevante aspecten meegewogen. Hierbij gaat het in elk geval om onderstaande afwegingsfactoren, voor zover die toepasselijk zijn in de situatie van de cliënt.
a. Aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woonruimte
Het is afhankelijk van de beschikbaarheid van een adequate woning in de gemeente, of de gemeente genoodzaakt is om de bestaande woning aan te passen.
b. Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woning
Om inzicht te krijgen in wat de goedkoopst passende oplossing is, moeten de kosten van de direct noodzakelijke maar ook van voorzienbare aanpassingen in de huidige woning in kaart worden gebracht, zie ook de uitspraak van de CRvB 31-07-2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1261. Deze kosten worden afgezet tegen een verhuizing, waarbij rekening gehouden moet worden met de volgende kosten:
eventuele verhuis- en inrichtingskosten;
aanpassingskosten nieuwe woning;
eventuele kosten voor vrijmaken van de nieuwe woning.
Zijn de kosten moeilijk (feitelijk) inzichtelijk te maken, dan kan worden volstaan met een zo goed mogelijke benadering van de werkelijkheid (ervaringcijfers, aannames). Ook de prognose van de cliënt speelt hierbij een rol bij de inschatting van de kosten (zie hierna onder bij e).
c. Volkshuisvestelijke afwegingen
Aanpassen van de oude (huidige) woning is ondoelmatig, als een reeds aangepaste woning beschikbaar is. Verder is van belang te onderzoeken of de huidige woning een zogenaamde sloopnominatie heeft. Ook dient rekening gehouden te worden met beschikbaarheid van een woning met een voldoende aantal kamers in relatie tot aantal bewoners.
Tenslotte is van belang dat de Wmo 2015 in artikel 2.3.6 regelt dat woningaanpassingen niet meer hoeven te worden verwijderd, als de cliënt er geen gebruik meer van maakt. Dat kan, met name in sociale huurwoningen, een prikkel zijn voor hergebruik ten behoeve van de Wmo-doelgroep.
d. Termijn waarop het woonprobleem opgelost kan worden
Verhuizing naar een woonruimte die voor de cliënt geschikt en betaalbaar is moet volgens Wvg-jurisprudentie binnen een medisch aanvaardbare termijn te realiseren zijn, zie ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8980. Wat medisch aanvaardbaar is kan per geval verschillen, en zal middels onderzoek onderbouwd moeten worden. Verhuizen kan een snellere oplossing zijn dan aanpassen. Bijvoorbeeld wanneer het ontslag uit het ziekenhuis of de verpleeginrichting afhankelijk is van de woningaanpassing.
De mate van de noodzaak tot verhuizen mag in relatie worden gebracht tot de termijn waarop iemand een woning kan betrekken. In een situatie waar blijkt dat de medische noodzaak voor een verhuizing niet groot is, kan de termijn worden verlengd, indien dat verantwoord is. Het college verwacht van cliënt een actieve inspanning naar het zoeken van een geschikte woning. Ook de Wmo consulent kan de cliënt begeleiden bij het zoeken naar een andere woning. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het regionale woningportaal “Woonnet-Haaglanden” voor sociale huurwoningen. Ook kan er gekeken worden of de client in aanmerking komt voor een urgentie/bemideling binnen de regio Haaglanden. Dit kan op basis van de Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp (2019-2023) en de bijbehorende beleidsregels urgentieverklaringen.
e. Prognose wonen – zorg
In navolging van het onder d. genoemde, moet eveneens rekening gehouden worden met de tijdsinschatting over de gebruiksduur van de aangevraagde woonvoorzieningen. Bij de afweging kan rekening gehouden worden met de prognose van het ziektebeeld, al of niet op de wachtlijst staan voor opname in een woonzorgcentrum of andere woonvorm, etc. Hierbij gaat het erom dat de investeringskosten in verhouding staan tot de verwachte duur van het gebruik van de geboden voorziening, waarbij het uitgangspunt is dat de gemeente een resultaatsverplichting heeft.
f. Sociale omstandigheden
Verhuizing kan leiden tot aantasting van het sociale netwerk van de belanghebbende. Als dit aan de orde is moet kritisch worden bekeken of dit leidt tot het wegvallen van de volgende aspecten van het sociale netwerk:
mantelzorg die nodig is voor het overwinnen van beperkingen in het normale gebruik van de woning;
mantelzorg die in belangrijke mate ondersteunt bij algemene dagelijkse levensactiviteiten (ADL);
buurtgebonden vrijwilligerswerk;
gevolgen voor de aanwezige huisgenoten;
overige door de cliënt aangehaalde factoren.
g. Integrale afweging verschillende Wmo-voorzieningen (wonen, vervoer, rolstoelen)
Afstemming met overige Wmo-voorzieningen is van belang om te komen tot een besluit op een aanvraag. Afstemming met vervoersvoorzieningen kan een belangrijke rol spelen. De afstand tot openbaar-vervoerhaltes en de aanwezigheid van voorzieningen zoals winkelcentra, scholen en andere voorzieningen kan daarbij van belang zijn.
h. Eigen woning
Verhuizen kan nog meer consequenties hebben wanneer de persoon met beperkingen eigenaar is van de woning. Er wordt nagegaan of cliënt vermogensverlies lijdt bij gedwongen verkoop en er een schuld ontstaat als restant. Van ernstig vermogensverlies is sprake als 5% of meer op de verwervingsprijs moet worden toegelegd. Ook voor de gemeente zijn er extra consequenties wanneer het een eigen woning betreft. Bij een aangepaste eigen woning is minder kans op hergebruik. Bij grotere aanpassingen kan daarom ook bezien worden of plaatsing van een herplaatsbare woonunit kan leiden tot het resultaat.
i. Noodzaak tot verhuizen door inkomensachteruitgang
Iemand kan door zijn beperkingen aangewezen zijn op een (arbeidsongeschiktheids-)uitkering, wanneer werken niet meer mogelijk is. Het hierdoor ontstane inkomensverlies kan ertoe leiden dat een cliënt de woonlasten van zijn huidige woning niet meer kan dragen waardoor verhuizen een adequatere oplossing is dan aanpassing van de huidige woning.
j. Woonlastenstijging en draagkracht
Wanneer een woonruimte als niet betaalbaar wordt beschouwd hangt af van de individuele situatie. Een voorbeeld is een woning waarvan de huur boven de individuele huurtoeslaggrens ligt terwijl cliënt, gelet op de hoogte van zijn inkomen, wel voor huurtoeslag in aanmerking zou komen. Indien bij verhuizing de woonlastenstijging de draagkracht van cliënt te boven gaat, moet hiermee rekening worden gehouden. Uitgangspunt zijn algemeen aanvaarde normen voor woonlasten in relatie tot het inkomen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.1.3