Er is sprake van een mantelzorgwoning als een zorgvrager bij de mantelzorger gaat wonen of andersom en hiervoor een aan- of bijgebouw bij de woning van de mantelzorger geschikt wordt gemaakt, een tijdelijke mantelzorgunit aan de woning wordt gekoppeld, dan wel een aparte woning of woonunit op het erf van de mantelzorger wordt gerealiseerd. Ook in deze situatie gaat het college uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het voorzien in eigen woonruimte. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst. Daarbij is het uitgangspunt dat de uitgaven die de verzorgde(n) had(den) voor de situatie van de mantelzorg in de mantelzorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen, verzekeringen enz. Met die middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een mantelzorgwoning (deels) van te betalen. De gemeente Pijnacker-Nootdorp kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de nodige vergunningen op het gebied van de ruimtelijke ordening. Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen in de mantelzorgwoning houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden.
Een veelgehoord argument is dat de bouw van een mantelzorgwoning goedkoper is dan het voorzien in kosten van huishoudelijke hulp, begeleiding en woonvoorzieningen in de woning van waaruit de cliënt verhuist (naar de mantelzorgwoning). Voor cliënten met een Wlz-indicatie wordt begeleiding en huishoudelijke hulp vanuit de Wlz geleverd, maar bij cliënten zonder Wlz-indicatie kan dit inderdaad een belangrijk argument zijn. Als er sprake is van een mantelzorgwoning, verwacht het college daarom ook dat er in een bepaalde mate mantelzorg wordt verleend en wordt hier rekening mee gehouden bij een aanvraag om ondersteuning. Hierbij moet wel altijd onderzocht worden of er sprake is van een veranderde situatie en van (dreigende) overbelasting van de betreffende mantelzorgers. Zolang dat niet het geval is, verwacht het college dat de toegezegde mantelzorg daadwerkelijk wordt verleend en wordt hier dus geen maatwerkvoorziening voor ingezet. Wel is het mogelijk dat er professionele hulp ingezet moet worden naast de mantelzorg, omdat gelet op de beperkingen van de cliënt ondersteuning door een professional moet worden geboden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.1.4