Naar hoofdinhoud
In het algemeen geldt dat eerst wordt onderzocht of een cliënt de mogelijkheid heeft om de beperkingen weg te nemen met eigen oplossingen (eigen kracht, gebruikelijke hulp, etc.) of een beroep op een andere wet. Deze oplossingen gaan voor op de inzet van een maatwerkvoorziening begeleiding. Zie hierover ook hoofdstuk 3. Zelfzorg Zie in de eerste plaats paragraaf 3.7. Persoonlijke verzorging kan zowel vanuit de Zvw als vanuit de Wmo 2015 worden geboden. Persoonlijke verzorging wordt vanuit de Zvw geboden als sprake is van een behoefte aan geneeskundige zorg of een verhoogd risico hierop. De wijkverpleegkundige beoordeelt of hier sprake van is. De toevoeging “of een hoog risico daarop” is de basis voor inzet van persoonlijke verzorging bij mensen, bijvoorbeeld op een hoge leeftijd, die nog niet direct behoefte hebben aan geneeskundige zorg, maar wel een hoog risico hebben hieraan behoefte te krijgen. De (wijk)verpleegkundige heeft de ruimte om, op basis van de professionele afweging, persoonlijke verzorging in te zetten in een situatie waar nog geen sprake is van dominante medische problematiek. Cliënten kunnen aanspraak maken op persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 wanneer de behoefte aan persoonlijke verzorging samenhangt met de behoefte aan begeleiding. Persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 kan dan bestaan uit hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. Hierbij hoeft het niet altijd te gaan om persoonlijke verzorging ‘met de handen op de rug’ of verzorging die niet lijfsgebonden is. Als de Wmo consulent vermoedt dat een cliënt in aanmerking komt voor persoonlijke verzorging vanuit de Zvw, dan vindt hierover afstemming plaats met de wijkverpleging. De wijkverpleegkundige stelt de indicatie en zonder indicatie kan Wmo-ondersteuning niet worden geweigerd met een beroep op artikel 2.3.5 lid 5 Wmo 2015. Thuisadministratie Op het gebied van hulp bij de thuisadministratie zijn er diverse oplossingen beschikbaar die voorgaan op de inzet van een maatwerkvoorziening. Hierbij kan specifiek gedacht worden aan: “formulierenbrigades”; hulp via vakverenigingen; budgetbeheer en -begeleiding; vrijwillige schuldhulp en/of vrijwillige schuldhulpverlening. Opbouw en onderhouden van een sociaal netwerk Om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijke verkeer is van belang dat een cliënt kan deelnemen aan het “leven van alledag” en de daarvan deel uitmakende wezenlijke sociale contacten kan onderhouden. Het aangaan en onderhouden van sociale contacten zijn van belang om een sociaal isolement te voorkomen. Voor cliënten met beperkingen of met chronische psychische of psychosociale problemen is het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk echter niet altijd vanzelfsprekend. Indien een cliënt hierbij beperkingen ondervindt dienen deze beperkingen te worden verminderd om een sociaal isolement te voorkomen. Om een cliënt hierbij te ondersteunen heeft het college diverse mogelijkheden beschikbaar die voorgaan op de inzet van een maatwerkvoorziening, zie de lijst met algemene voorzieningen en algemeen gebruikelijke diensten in paragraaf 3.6.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel