De maatwerkvoorziening ten behoeve van het ontlasten van mantelzorgers kan bestaan uit kortdurend verblijf in een instelling. Kortdurend verblijf is dus uitsluitend bedoeld ter ontlasting van mantelzorgers. Het doel van kortdurend verblijf is dat de mantelzorger duurzaam inzetbaar blijft. De toets is dus of de mantelzorger inderdaad ontlast wordt en of het tijdelijk overnemen van de ondersteuning leidt tot duurzame inzet van de betreffende mantelzorger.
Afwegingskader kortdurend verblijf
In het algemeen geldt dat eerst wordt onderzocht of een cliënt de mogelijkheid heeft om de beperkingen weg te nemen met eigen oplossingen (eigen kracht, gebruikelijke hulp, etc.) of een beroep op een andere wet. Deze oplossingen gaan voor op de inzet van een maatwerkvoorziening kortdurend verblijf. Zie hierover ook hoofdstuk 3.
Op grond van artikel 4.9 lid 1 van de Verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor kortdurend verblijf indien hij voldoet aan alle hieronder genoemde voorwaarden:
het kortdurend verblijf noodzakelijk is ter ontlasting van de mantelzorger;
de cliënt is aangewezen op ondersteuning, gepaard gaande met permanent toezicht;
de cliënt geen aanspraak kan maken op de Zvw of de Wlz om de overbelasting te voorkomen.
Onder permanent toezicht wordt verstaan toezicht die geboden wordt op basis van actieve observatie, die als doel heeft dreigende escalatie in het gedrag of de gezondheidssituatie vroegtijdig te signaleren, waardoor tijdig ingegrepen kan worden en escalatie van onveilige/gevaarlijke/ (levens)bedreigende gezondheids- en/of gedragssituaties voor de cliënt kan worden voorkomen.
Het toezicht kan gericht zijn op:
het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte; en/of
het verlenen van zorg op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; en/of
het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar).
Omvang
Artikel 4.9 lid 3 van de Verordening bepaalt dat de omvang van kortdurend verblijf maximaal 1 etmaal per week bedraagt, waarbij de cliënt maximaal 28 etmalen aaneengesloten mag afnemen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.5.1