**1..** Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor beschikkingen voor een:
Drank- en horecavergunning voor de uitvoering van een horecabedrijf of slijterijbedrijf;
Exploitatievergunning openbare inrichting;
Artikel 30b Wet op de kansspelen: vergunning kansspelautomaten;
Vergunning seksinrichtingen en escortbedrijven;
Exploitatievergunning voor smart- en headshops.
**2..** Uitvoering van de Bibob-toets kan toegepast worden op reeds verleende vergunningen, indien:
bekend wordt dat tegen de betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een mindere of ernstige mate van gevaar is geconstateerd;
er een melding van een wijziging van leidinggevende op het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a van de Drank- en Horecawet is.
**3..** Uitvoering van de Bibob-toets, in gevallen die hierboven niet genoemd zijn, kan worden toegepast in bijzondere gevallen, indien:
Concrete informatie van de gemeente of informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC hiertoe aanleiding geeft; of
Als de officier van justitie de gemeente adviseert om bij een aanvraag een advies bij het Bureau aan te vragen.
**4..** Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel niet plaats, indien:
Het een vergunning betreft voor de uitoefening van een horecabedrijf (of een exploitatievergunning voor een openbare inrichting) door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.
Vergunningen bedoeld in lid 4 sub a kunnen wel de bibob-toets doorlopen indien het valt onder de bijzondere gevallen als beschreven in lid 3 sub a en sub b.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.