**1..** Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij een aanvraag van een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de normkosten hoger zijn dan €500.000,- (exclusief BTW). De normkosten worden door de gemeente berekend op basis van de Vigerende Legesverordeningen.
**2..** Uitvoering van de Bibob-toets vindt bovendien plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de normkosten meer bedragen dan €50.000,- en minder bedragen dan of gelijk zijn aan €500.000,- (exclusief BTW) én waarbij sprake is van een of meerdere risicocategorieën als beschreven in bijlage 1.
**3..** Uitvoering van de Bibob-toets vindt plaats als de aanvrager in het tijdvak van 12 maanden, gerekend vanaf de eerste aanvraag, twee (of meer) aanvragen indient waarbij de normkosten meer dan €50.000,- maar minder dan €500.000,- (exclusief BTW) bedragen. De Bibob-toets zal op de tweede aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit plaatsvinden.
**4..** Een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit wordt onderworpen aan een Bibob-toets, indien de normkosten hoger zijn dan € 50.000,- (exclusief btw) én indien het een locatie betreft die gelegen is in een door het college bij afzonderlijk besluit aangewezen risicogebied.
**5..** Er vindt een Bibob-toets plaats in geval reeds aanvang is genomen met de realisatie van een vergunningplichtig bouwwerk, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning is verleend én de normkosten meer bedragen dan € 50.000,- en minder bedragen dan of gelijk zijn aan € 500.000,- (exclusief btw).
**6..** Bij een aanvraag omgevingsvergunning-bouwactiviteit zal de Wet Bibob in beginsel niet worden toegepast, in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:
overheidsinstanties;
semioverheidsinstanties;
toegelaten woningcorporaties;
(rechts-)personen die bouwactiviteiten namens of in opdracht van een toegelaten woningcorporatie verrichten én worden gefinancierd uit de eigen middelen van de toegelaten woningcorporatie.
**7..** In artikel 5.19, vierde lid, onder b van de Wabo is geregeld dat een omgevingsvergunning kan worden ingetrokken in het geval en onder voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Een omgevingsvergunning-bouwactiviteit kan worden ingetrokken:
als zich na de verlening ervan feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die leiden tot het houden van een Bibob-toets en deze toets leidt tot de conclusie dat er sprake is van een ernstig gevaar voor misbruik van de vergunning; of
als de omgevingsvergunning is overgedragen en op naam van een ander wordt gesteld (artikel 2.25, tweede lid Wabo). Indien de nieuwe rechthebbende van deze vergunning aan een Bibob-toets wordt onderworpen, en uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, kan het bestuursorgaan besluiten tot het intrekken van de vergunning.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.