Naar hoofdinhoud
Voor de onderscheidene categorieën van bovenwijkse netwerkvoorzieningen worden verschillende verdeelsleutels gehanteerd voor de bepaling van de mate van proportionaliteit (in relatie tot de functionele samenhang). De netwerkvoorzieningen die toezien op de fietsinfrastructuur en het openbaar vervoer worden toegerekend aan de hand van de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen. De netwerkvoorzieningen voor de auto-infrastructuur zijn toegerekend aan de hand van verkeersintensiteitsanalyses zoals opgenomen in het verkeersmodel van de gemeente Haarlem. Toelichting verdeelsleutel infrastructuur voor fiets- en openbaarvervoer-voorzieningen Om de groei van Haarlem als verdeelsleutel te bepalen is, gebruik gemaakt van de programma’s die ten grondslag liggen aan het Verkeersmodel Haarlem 2019. Dit programma is reeds in hoofdstuk 7 toegelicht. Om dit programma te kunnen gebruiken, is allereerst het programma uitgedrukt in m² bvo. Voor woningbouw is daarmee rekening gehouden met het gemiddelde oppervlak van een woning in de gemeente Haarlem, zijnde 133 m² bruto vloeroppervlakte26 Bron: CBS, 2020, gemiddeld oppervlak woningen (https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82550NED/table?fromstatweb). . Voor het overige programma is op basis van arbeidsplaatsen een vertaling gemaakt naar oppervlakte. De gehanteerde omslagfactor is gebaseerd op de CROW-verkeerskengetallen. Dit levert op dat één arbeidsplaats gelijk staat aan 67 m² detailhandel, 33 m² industrie en 25 m² bvo overige functies. Dit volgt uit de rapportage van Goudappel Coffeng, opgenomen in bijlage 4. De volgende stap bestaat uit de weging van de verschillende functies ten opzichte van elkaar. Dit komt voort uit het feit dat een vierkante meter bvo wonen niet hetzelfde effect heeft op verkeersintensiteiten dan een vierkante meter detailhandel, industrie of overige functies. In de Nota wordt de onderlinge weging van functies gebaseerd op het verkeersgenererend vermogen van de verschillende functies (zie hoofdstuk 4). De normen die hiervoor worden gehanteerd zijn afkomstig van de rapportage van Goudappel Coffeng (zie bijlage 4). Met behulp van deze normen is vervolgens een weging bepaald voor de verschillende functies, waarbij woningbouw als standaardreferentie heeft gediend. Met behulp van deze omrekenfactor is een gelijke omslag naar aantal eenheden bepaald, op basis van de ontwikkelopgave per wijk. Dit resulteert in een weging die is gebaseerd op het aantal ritten per vierkante meter nieuwe functie. Dit is weergegeven in de tabel op de volgende pagina. woningen detail industrie overig ritten / woning of abp27 Abp=arbeidsplaats 4,75 3,5 2 2,25 m² / woning of abp 133 67 33 25 ritten / m² 0,0357 0,0560 0,0710 0,0920 Weging 1,00 1,56 1,98 2,57 Tabel 11 – weging verschillende functies o.b.v. verkeersgeneratie Met behulp van deze wegingsfactor kan de verdeelsleutel voor de bestaande stad en de groei van de stad worden vastgesteld. Hiervoor zijn allereerst alle programma’s (te weten: huidig, toekomstig en ontwikkeling) vermenigvuldigd met deze wegingsfactor. Vervolgens is het gewogen ontwikkelprogramma per wijk gedeeld door de totale gewogen toekomstige voorraad (nieuwbouwontwikkelingen + de bestaande stad). De totale gewogen toekomstige voorraad bestaat uit 16.498.769 m². Gewogen toekomstige voorraad Waarvan ontwikkelprogramma Toerekenfactor fiets- en OV-infrastructuur Amsterdamsewijk 629.823 5.287 0,03% Boerhaavewijk 1.168.580 466.351 2,83% Delftwijk 391.322 15.216 0,09% Duinwijk 576.636 67.938 0,41% Europawijk 850.689 99.239 0,60% Haarlemmerhoutkwartier 1.218.672 12.842 0,08% Houtvaartkwartier 1.031.072 291.301 1,77% Indischewijk 658.262 61.249 0,37% Meerwijk 846.027 100.542 0,61% Molenwijk 621.684 29.710 0,18% Oude Stad 2.075.455 59.271 0,36% Parkwijk 608.456 63.860 0,39% Slachthuiswijk 590.793 143.040 0,87% Te Zaanenkwartier 755.069 60.833 0,37% Ter Kleefkwartier 894.267 27.886 0,17% Transvaalwijk 777.544 57.851 0,35% Vogelenwijk 304.757 521 0,00% Vondelkwartier 419.927 48.935 0,30% Waarder- en Veerpolder 1.385.026 79.635 0,48% Zijlwegkwartier 642.994 2.678 0,02% Spaarndam 51.716 1.295 0,01% Totaal 16.498.769 1.695.478 10,28% Tabel 12 – toerekenfactor fiets- en ov-infrastructuur Op basis van deze analyse kan geconcludeerd worden dat op totaalniveau 10,28% van de kosten voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen voor fietsinfrastructuur en ov-infrastructuur, toerekenbaar zijn aan de nieuwe ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven . Toelichting verdeelsleutel auto-infrastructuur Voor de categorie auto-infrastructuur geldt dat de kosten worden toegerekend aan de wijken aan de hand van een verkeersmodel waarin een verkeersintensiteitsanalyse is uitgevoerd. Dit verkeersmodel is opgesteld door Goudappel Coffeng (zie bijlage 4) en hierin zijn, per voorziene maatregel voor auto-infrastructuur, zogenaamde selected zone-analyses uitgevoerd. Daarin wordt een vergelijking gemaakt tussen het verkeer van en naar een bepaalde wijk in de autonome situatie (dat wil zeggen zonder toevoeging van het ontwikkelprogramma) en in de situatie met toevoeging van het voorziene ontwikkelprogramma. Het procentuele verschil tussen beide bepaalt de mate waarin de ontwikkelopgave in een bepaalde wijk belang heeft bij een bepaalde ingreep. De resultaten van deze analyse zijn samengevoegd en op totaalniveau leidt dit tot de onderstaande toerekenfactoren. Wijk Toerekenfactor auto-infrastructuur Amsterdamsewijk 0,05% Boerhaa vewijk 5,98% Delftwijk 0,14% Duinwijk 0,58% Europawijk 0,81% Haarlemmerhoutkwartier 0,02% Houtvaartkwartier 3,02% Indischewijk 0,51% Meerwijk 0,71% Molenwijk 0,28% Oude Stad 0,14% Parkwijk 0,46% Slachthuiswijk 1,06% Te Zaanenkwartier 0,56% Ter Kleefkwartier 0,25% Transvaalwijk 0,54% Vogelenwijk 0,01% Vondelkwartier 0,41% Waarder- en Veerpolder 0,50% Zijlwegkwartier 0,01% Spaarndam 0,00% Totaal 16,05% Tabel 13 – toerekenfactor auto-infrastructuur Een uitgebreidere toelichting op de gehanteerde systematiek is terug te vinden in de rapportage van Goudappel Coffeng (bijlage 4).

Rechtspraak bij dit artikel