Bij de te realiseren huisvesting voor arbeidsmigranten in de categorieën 2 en 3 gelden nog de volgende aanvullende voorwaarden;
Er moet zoveel mogelijk worden uitgegaan van bestaande bebouwing dan wel vervanging van bestaande bebouwing;
Er mag geen sprake zijn van een onevenredige publieks en/of verkeersaantrekkende werking en het parkeren moet op eigen terrein plaats vinden;
Er mag geen afbreuk worden gedaan aan nabijgelegen omgevingswaarden;
Er moet via een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beplantingsplan, worden voorzien in landschappelijke inpassing;
Er mag geen afbreuk worden gedaan aan nabijgelegen woon en werkfuncties;
Er moet sprake zijn van een goed woon en leefklimaat.
Het college van Burgemeester en Wethouders kan aan deze vormen van huisvesting extra voorwaarden stellen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1.2