In de periode 2009-2012 hebben de vier Kempengemeenten ieder voor zich bodemkwaliteitskaarten en een nota bodembeheer opgesteld. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten moet een bodemkwaliteitskaart periodiek (eens per 5 jaar) opnieuw beleidsmatig worden vastgesteld. Daarom hebben de vier gemeenten besloten om hun bodemkwaliteitskaarten te actualiseren en er één regionale bodemkwaliteitskaart van te maken, zodat het regionale grondverzet wordt gefaciliteerd. Dit is tevens de aanleiding om ook een gezamenlijke nota bodembeheer op te stellen.
De regio
Deze nota bodembeheer heeft betrekking op het beheergebied van de gemeenten Bladel, Reusel-De Mierden, Oirschot en Eersel.
Doel nota bodembeheer
Het doel van deze nota bodembeheer is het geven van concrete richtlijnen voor een duurzaam beheer van de bodem en het scheppen van heldere kaders voor saneringen die onder de bevoegdheid van de gemeente vallen.
Subdoelen zijn:
Het voorkómen van bodemverontreiniging;
Het faciliteren van grondverzet binnen de regio zonder uitgebreid bodemonderzoek;
Kleinere onderzoeksinspanning bij bouwen en grondtransactie;
Vermindering kosten en administratieve lasten particulieren en milieuadviesbureaus bij grondverzet en saneringen.
In de keten van bodembeheer zijn drie onderdelen te onderscheiden, namelijk preventie, beheren en saneren. In de onderstaande figuur is de relatie tussen deze onderdelen weergegeven.
Figuur 1.1: De keten van bodembeheer
Deze nota bodembeheer behandelt de gehele keten.
Status en geldigheidsduur
Het in deze nota bodembeheer opgenomen beleid geldt voor alle genoemde gemeenten. De nota wordt per gemeente door de gemeenteraad vastgesteld, aangezien tevens de kaarten worden erkend van de andere deelnemende gemeenten. Hierbij zijn de regels uit Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd.
De geldigheidsduur van de nota bodembeheer is 10 jaar maar de nota zal bij de overgang naar Omgevingswet wel moeten worden geactualiseerd (zie onderstaand kader).
De bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctieklassenkaarten, waar deze nota bodembeheer op is gebaseerd, moeten daarentegen elke 5 jaar worden geactualiseerd op basis van nieuwe en/of beschikbare data. De actualisering van de bodemkwaliteitskaart kan aanleiding geven om ook de nota bodembeheer tussentijds te actualiseren.
Overgang naar de Omgevingswet
Begin 2022 treedt de Omgevingswet en de bijbehorende Aanvullingswet bodem in werking. De koers van het bodembeleid blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Wel zijn er enkele accentverschuivingen in de aanpak:
Van saneren van het geval naar een gebiedsbenadering.
Van saneren om milieuhygiënische redenen naar regels stellen aan activiteiten in het omgevingsplan.
Van een centraal gereguleerde aanpak naar meer bestuurlijke afwegingsruimte.
Decentralisering bevoegd gezag taak van provincie naar gemeenten.
Versnellen en verbeteren van de besluitvorming over bouwactiviteiten door onder meer het verminderen van het aantal bodemonderzoeken en het zoveel mogelijk inzetten van algemene regels in plaats van beschikkingen.
De nieuwe regels komen in de plaats van de bestaande regels voor het beheer van bodemkwaliteit en vervangen de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit uniforme saneringen. Om Omgevingswet-proof te zijn, moet de inhoud uit deze nota bodembeheer eind 2021 in lijn met het nieuwe wetskader worden gebracht. Bijvoorbeeld door te verwijzen vanuit een omgevingsplan naar de nota.
Onderscheid wettelijk voorgeschreven en eigen beleid
De bodemnota is grotendeels gebaseerd op wettelijk voorgeschreven beleid. Op een aantal onderdelen hebben de gemeenten de mogelijkheid benut om eigen beleid te formuleren. De tekstgedeelten die betrekking hebben op het eigen beleid zijn in de kantlijn voorzien van een blauwe markering.
Leeswijzer
De nota bodembeheer bevat de volgende onderdelen:
Preventie (hoofdstuk 2)
Beheren bodemkwaliteit (hoofdstuk 3).
Dit is de nota bodembeheer zoals bedoeld in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten.
Bodemtoetsen (hoofdstuk 4)
Saneren van bodemverontreiniging (hoofdstuk 5)
Gegevensbeheer (hoofdstuk 6)
Duurzaam gebruik van de ondergrond (hoofdstuk 7)
Artikel 1