Na het samenstellen van de dataset voor de BKK PFAS (§ 3.3.1), de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4) en de indeling in voorlopige deelgebieden (§ 3.4) is de data-analyse uitgevoerd. Daaruit bleek dat er geen significant verschil is tussen de gehalten PFAS binnen en buiten stedelijk gebied (gebiedskenmerk 2, zie § 3.2). Hetzelfde geldt voor de bodemsoort (gebiedskenmerk 3). Binnen een deelgebied zijn de (gecorrigeerde) gehalten PFAS in een zandige bodem niet significant anders dan in een klei-/veenbodem. Om die reden vormen deze gebiedskenmerken geen criterium voor de indeling in bodemkwaliteitszones.
In de figuren 1 t/m 5 is per stofgroep weergegeven (PFOS, PFOA en PFAS Overig) wat regionaal de achtergrondgehalten zijn in de provincie Utrecht. De achtergrondgehalten zijn de gemiddelden gehalten PFAS, berekend op basis van waarnemingen in gebieden/terreinen waar het gehalten PFAS niet is beïnvloed door lokale (kleinschalige) puntbronnen. Uit de data-analyse is naar voren gekomen dat er in de voorlopige indeling in deelgebieden voor PFOA en PFAS Overig, zoals beschreven in § 3.4, aanpassingen nodig zijn. In het onderstaande zijn deze benoemd en per stofgroep toegelicht.
Figuur 1: PFOS boven- en ondergrond (0,0 – 2,0 m-mv)
Toelichting figuur 1:
Voor de stofgroep PFOS komen de kwaliteitszones in boven- en ondergrond overeen met de voorlopige indeling uit § 3.4. Dit houdt in dat gehalten gemiddeld onder de landelijke achtergrondwaarde uit het THK van 2 juli 2020 liggen.
Figuur 2: PFOA bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv)
Toelichting figuur 2:
Voor PFOA in de bovengrond blijkt uit de beschikbare gegevens dat binnen een afstand van ca. 30 km van Chemours een gebied ligt met gehalten die gemiddeld boven de landelijke achtergrondwaarde liggen (1,9 µg/kg) maar lager dan de toepassingswaarde voor Wonen of Industrie (7 µg/kg). Aan de noordzijde is deze zone begrensd door de A12 en aan de oostzijde door de gemeentegrenzen van Nieuwegein en Vijfheerenlanden. De begrenzing is in eerste instantie bepaald door de gemeten gehalten.
Vervolgens is gekeken wat topografisch gezien een herkenbare grens is. Dit geeft duidelijkheid voor de initiatiefnemer van grondverzet en maakt toezicht en handhaving makkelijker.
Binnen dit gebied ligt een zone waarin 5% van de waarnemingen de toepassingswaarde voor Wonen of Industrie voor PFOA overschrijdt. Dit is aanleiding om dit gebied als aparte kwaliteitszone aan te wijzen. Deze zone beslaat de gemeente Lopik en het westelijke deel van de gemeente Vijfherenlanden.
Figuur 3: PFOA ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv)
Toelichting figuur 3:
In het overgrote deel van de provincie Utrecht ligt het gemiddelde gehalte PFOA in de ondergrond onder de landelijke achtergrondwaarde. Dit geldt niet voor het westelijk deel van de gemeente Vijfheerenlanden. Hier liggen de gemiddelde gehalten tussen de landelijke achtergrondwaarde en de toepassingswaarde voor Wonen of Industrie waarbij 5% van de waarnemingen de toepassingswaarde voor Wonen of Industrie (7 µg/kg) overschrijdt.
Figuur 4: PFAS overig in bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv)
Toelichting figuur 4:
Voor de stofgroep PFAS Overig komt de kwaliteitszone in bovengrond overeen met de voorlopige indeling uit § 3.4. Dit houdt in dat gehalten gemiddeld onder de landelijke achtergrondwaarde liggen.
Figuur 5: PFAS overig in ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv
Toelichting figuur 5:
Voor PFAS Overig in de ondergrond geldt in hoofdlijnen hetzelfde als voor de bovengrond met een uitzondering voor de gemeente Lopik. Uit een gebiedsdekkend onderzoek volgt dat één specifieke stof (6:2 FTS) in deze gemeente voorkomt in gehalten die boven de toepassingswaarde (3 µg/kg) liggen. In andere gemeenten komt 6:2 FTS niet in vergelijkbare gehalten voor in de ondergrond. Omdat de verhoogde waarden afkomstig zijn uit één bodemonderzoek, lijkt sprake van een meetfout. De ondergrond in de gemeente Lopik is om die reden niet meegenomen in de ontgravingskaart van de BKK PFAS (zie § 3.8.1).
Op basis van het bovenstaande is de voorlopige indeling in deelgebieden aangepast. De uitkomst daarvan staat in tabel 3.
Tabel 3. Aangepaste indeling in deelgebieden
Stof
Deelgebieden bovengrond (0,0-0,5 m-mv)
Deelgebieden ondergrond (0,5-2,0 m-mv)
PFOA
Hoog1): Vijfheerenlanden (westelijk deel), Lopik.
Hoog: Vijfheerenlanden (westelijk deel).
Overgang2): Vijfheerenlanden (oostelijk deel), Woerden en Utrecht (zuidelijk A12), Oudewater, Montfoort, IJsselstein.
Laag3): Vijfheerenlanden (oostelijk deel), Woerden en Utrecht (noordelijk A12), Nieuwegein, De Ronde Venen, , Bunnik, Houten, Stichtse Vecht, Eemnes, Baarn, Amersfoort, Soest, Zeist, Bunschoten, Leusden, Woudenberg, Renswoude, Veenendaal, Rhenen, Wijk bij Duurstede, Utrechtse Heuvelrug, De Bilt.
Laag: Vijfheerenlanden (oostelijk deel), Lopik, Oudewater, Montfoort, IJsselstein, Nieuwegein, De Ronde Venen, Woerden, Utrecht, Bunnik, Houten, Stichtse Vecht, Eemnes, Baarn, Amersfoort, Soest, Zeist, Bunschoten, Leusden, Woudenberg, Renswoude, Veenendaal, Rhenen, Wijk bij Duurstede, Utrechtse Heuvelrug, De Bilt.
PFOS
Laag: Gehele provincie Utrecht.
Laag: Gehele provincie Utrecht.
PFAS Overig
Laag: Gehele provincie Utrecht.
Laag: Gehele provincie Utrecht m.u.v. Lopik.
1) gemiddeld gehalte > landelijke achtergrondwaarde maar < toepassingswaarde Wonen of Industrie, P95 > toepassingswaarde Wonen of Industrie
2)gemiddeld gehalte > landelijke achtergrondwaarde maar < toepassingswaarde Wonen of Industrie, P95 < toepassingswaarde Wonen of Industrie
3) gemiddeld gehalte < landelijke achtergrondwaarde
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5.1