Voor het bepalen van het minimum aantal waarnemingen per deelgebied is de systematiek gehanteerd voor het aanvullen van een bestaande BKK met de zogenaamde “nieuwe stoffen”. Met deze systematiek kan onder voorwaarden worden volstaan met 30 waarnemingen per bodemlaag in het gehele bodembeheergebied (provincie Utrecht). De voorwaarden zijn dat:
Sprake is van niet te veel ruimtelijk variatie van gehalten PFAS binnen het deelgebied;
Puntbronnen zijn uitgesloten.
Het aantal waarnemingen per bodemkwaliteitszone staat vermeld in tabel 4.
Tabel 4 laat zien dat, met uitzondering van deelgebied “PFOA Hoog” in de ondergrond, het aantal waarnemingen per bodemkwaliteitszone ruimschoots voldoet aan de eisen die de Richtlijn stelt.
Tabel 4. Aantal waarnemingen per deelgebied
Deelgebied
Aantal waarnemingen
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv)
PFOA Hoog
52
PFOA Midden
57
PFOA Laag
543
PFOS
642
PFAS overig
641
Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv)
PFOA Hoog
14
PFOA Laag
478
PFOS
502
PFAS overig
502
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5.2