Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.8

Weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieregeling duurzame Amsterdamse vervoersmiddelen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college op basis van dit hoofdstuk subsidie te verlenen als: de subsidieaanvraag na 31 december 2022 ontvangen is; de subsidiabele activiteit reeds is uitgevoerd voordat de aanvraag om subsidie bij de gemeente is ingediend, tenzij de aanvraag binnen 60 dagen na inwerkingtreding van deze regeling is ingediend en de subsidiabele activiteit tussen 15 maart 2020 en de inwerkingtreding van deze regeling is uitgevoerd; de aanvrager voor de subsidiabele activiteit reeds subsidie ontvangt van de gemeente Amsterdam, anders dan op grond van onderhavige subsidieverordening; het uitstootvrije voertuig niet voldoet aan de vereisten die aan een vergelijkbaar niet-uitstootvrij aangedreven voertuig worden gesteld; bij de aanvraag voor subsidie een kentekenbewijs van een niet-uitstootvrij voertuig wordt overgelegd, dat eerder is aangeleverd voor een aanvraag tot subsidie op grond van deze subsidieregeling of de voorgaande verordeningen; de subsidieaanvrager geen vergunning heeft voor uitvoering van haar primaire bedrijfsactiviteiten in Amsterdam in gevallen waarin een vergunning is vereist; door de aanvrager geen de-minimisverklaring is overgelegd, dan wel als uit de overgelegde de-minimisverklaring blijkt dat de geldende de-minimisdrempel reeds is overschreden of met de gevraagde subsidie zal worden overschreden; tegen de aanvrager een bevel uitstaat tot terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun; het bedrijfsvoertuig na aanschaf of ombouw niet maandelijks gemiddeld ten minste drie dagen per week of op jaarbasis niet meer dan 159 dagen zullen worden ingezet voor bedrijfsmatig gebruik binnen Amsterdam, tenzij de subsidiehoogte is bepaald op grond van artikel 2.4, vierde lid. de subsidieaanvrager heeft verzuimd om een oplaad- of tankmogelijkheid voor het uitstootvrije bedrijfsvoertuig te verzorgen; De subsidieaanvraag betrekking heeft op een bedrijfsvoertuig en de subsidieaanvrager of diens rechts rechtsvoorganger op grond van deze subsidieregeling of de voorgaande subsidieverordeningen al subsidie verleend heeft gekregen voor de aanschaf van vijf uitstootvrije bedrijfsvoertuigen. Als de aanvrager tot een concern behoort, geldt dit maximum voor het gehele concern. de subsidieaanvraag betrekking heeft op een plug-in hybride voertuig en niet aangetoond is dat het voertuig: beschikt over een ingebouwd GPS-systeem waarmee gecontroleerd kan worden wanneer en waar het voertuig elektrisch heeft gereden; of tenminste 50 kilometer aan een stuk elektrisch kan rijden zonder gebruik te maken van een in het voertuig aanwezige uitstoot genererende hulpmotor; De aan te schaffen of om te bouwen uitstootvrije taxi of taxibus zal worden gebruikt ter uitvoering van een reeds verleende aanbesteding, opdracht of concessie inzake contractvervoer en/of een in de toekomst door de gemeente Amsterdam te verlenen aanbesteding, opdracht of concessie inzake contractvervoer; De subsidieaanvraag betrekking heeft op een taxi of taxibus en de aanvrager niet aantoont dat op het moment van de subsidieaanvraag met de te vervangen niet-uitstootvrije taxi of taxibus tenminste 8.000 zakelijke kilometers per jaar binnen Amsterdam worden gereden. De subsidieaanvraag betrekking heeft op een taxi of taxibus en de subsidieaanvrager of diens rechts rechtsvoorganger op grond van deze subsidieregeling of de voorgaande subsidieverordeningen al subsidie verleend heeft gekregen voor de aanschaf van vijf uitstootvrije taxi’s of taxibussen. Als de aanvrager tot een concern behoort, geldt dit maximum voor het gehele concern. er een voertuig vervangen wordt, zoals omschreven in artikel 2.2, onderdeel a, sub i en iv, en uit het kentekenbewijs, de boekhouding of het leasecontract van het te vervangen voertuig blijkt dat de aanvrager: vóór december 2019 niet in het bezit was van het voertuig; of vóór 15 maart 2020 niet meer in het bezit was van het voertuig; er een uitstootvrij voertuig vervangen wordt, zoals omschreven in artikel 2.2, onderdeel a, sub i en iv, en uit het kentekenbewijs, de boekhouding of het leasecontract van het te vervangen voertuig blijkt dat de aanvrager na de datum van inwerkingtreding van deze regeling nog in het bezit was van het voertuig.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel