Reikwijdte beleid
Deze beleidslijn is van toepassing op de uitoefening door de burgemeester van de in artikel 13b Opiumwet neergelegde bevoegdheid ten aanzien van:
woningen en bijbehorende erven;
lokalen en bijbehorende erven, al dan niet voor publiek opengesteld (bijvoorbeeld hotels, restaurants, pensions, cafés, cafetaria, snackbars, discotheken, buurthuizen of winkels, bedrijfsruimten, loodsen, magazijnen en woningen die feitelijk niet worden bewoond).
Het beleid ziet niet op gedoogde coffeeshops.
Begripsbepalingen
Harddrugs
Middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet.
Softdrugs
Middelen vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet.
Handel in drugs
Het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, in al zijn verschijningsvormen of het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder verkoop wordt tevens verstaan het sluiten van een mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij de levering van drugs elders plaatsvindt
Handelshoeveelheid drugs
Met betrekking tot de handelshoeveelheid wordt aangesloten bij wat volgens de justitiële gedoogregels op het moment van de overtreding wordt aangemerkt als een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik. Dit betekent dat als handelshoeveelheid wordt aangemerkt:
harddrugs (lijst I): meer dan 0,5 gram (o.a. heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, GHB en XTC, zware pijnstillers, hennepolie en Ritalin) of meer dan 1 XTC pil of meer dan 5 ml GHB.
softdrugs (lijst II): meer dan 5 gram hennepproducten (waaronder in ieder geval wiet, hasj, hennepgruis en andere producten met een THC gehalte van meer dan 0,2 %), cannabis, paddo’s en slaap- en kalmeringsmiddelen.
hennepplanten (Lijst II): meer dan 5 hennepplanten of hennepstekken.
Daarmee zijn het bestuursrechtelijke en het strafrechtelijke beleid met elkaar in overeenstemming.
Lokalen en daarbij behorende erven
Alle al dan niet voor publiek opengestelde lokalen en daarbij behorende erven. Het begrip lokalen omvat zowel voor publiek toegankelijke als niet voor publiek toegankelijke lokalen. Voorbeelden van voor publiek toegankelijke lokalen zijn winkels, horecabedrijven zoals hotels, restaurants, pensions, cafés, cafetaria, snackbars, discotheken, buurthuizen of clubhuizen. Onder een voor publiek opengesteld lokaal wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.
Niet voor het publiek toegankelijke lokalen zijn bijvoorbeeld loodsen, schuren en bedrijfsruimten. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan aangemerkt worden als lokaal.
Terras
Een buiten de besloten ruimte van het lokaal liggend deel van het lokaal waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;
Woning
Een woning is een pand dat in hoofdzaak dient tot woning dan wel dienstbaar is aan wonen. Hieronder valt zowel een koopwoning als een huurwoning, maar ook stacaravans, woonwagens en woonschepen. Daarnaast vallen gebouwen zoals bergingen, garages, schuren en stallen, welke op hetzelfde perceel als de woning zelf staat of aan de woning toebehoort, in de matrix ook onder woning. Het is de plaats waar een persoon zijn private huishouden leidt.
Dit wordt niet zonder meer bepaald door uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van een bed en ander huisraad, maar ook door de daadwerkelijk daaraan gegeven bestemming. Een tijdelijke afwezigheid van de bewoner leidt er niet toe dat de ruimte het karakter van woning verliest. Een persoon die incidenteel overnacht in een woning wordt niet aangemerkt als bewoner. Een inschrijving in de Basisregistratie Personen is een indicatie voor bewoning maar hoeft niet doorslaggevend te zijn.
Voorbereidingshandelingen
Er zijn ook woningen en panden die een grote rol spelen in de handel van drugs zonder dat er ter plaatse drugs wordt aangetroffen. Zij faciliteren de handel, verwerking en transport van soft- en harddrugs. Artikel 13b Opiumwet is op 1 januari 2019 daarom uitgebreid. Deze wetswijziging heeft tot gevolg dat de burgemeester ook een sluitingsbevoegdheid heeft als in een pand voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aanwezigheid van apparatuur voor bijvoorbeeld illegale stroomaansluiting , aard en hoeveelheid van de aangetroffen stoffen, chemicaliën zoals zoutzuur en versnijdingsmiddelen. Daarnaast kan het ook blijken uit tapgesprekken of observaties uit een opsporingsonderzoek.
De sluitingsbevoegdheid is uitsluitend van toepassing op voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van de artikelen 10a eerste lid onder 3 en 11a Opiumwet. Die bepalingen vereisen dat degene die het voorwerp of de stof in de woning of het lokaal of op het erf voorhanden heeft, weet of het vermoeden heeft dat het voorwerp of de stof bestemd is voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige en/of professionele hennepteelt. De situatie zal van dien aard zijn dat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het om strafbare voorbereidingshandelingen gaat.
Niet alle strafbare voorbereidingshandelingen in artikel 10 of 11a van die Wet vallen binnen de reikwijdte van deze beleidsregel. Deze gelden niet wanneer in een pand enkel vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3, of artikel 11a van de Opiumwet worden aangetroffen. De relatie van vervoer- of betaalmiddelen met het pand zal in veel gevallen te los zijn om sluiting van het pand te rechtvaardigen. De voorgestelde uitbreiding van de sluitingsbevoegdheid geldt evenmin als in een pand een (geheime) ruimte wordt aangetroffen als bedoeld in artikel 11a van die Wet. Uiteraard kunnen in een pand aangetroffen vervoer- of betaalmiddelen of (geheime) ruimten wel bijdragen aan het oordeel dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het om strafbare voorbereidingshandelingen gaat.
Artikel 5.