Bestuursrechtelijk instrumentarium
Als uitgangspunt van dit beleid geldt dat de burgemeester een last onder bestuursdwang oplegt. Sluiting draagt bij aan de doelen genoemd in paragraaf 3. Dit leidt tot sluiting van de woning of het lokaal. Bestuursdwang heeft een direct effect. Het object is voor een ieder ontoegankelijk gemaakt. Met de sluiting wordt een locatie weggenomen waar criminele activiteiten plaatsvinden. Vaak beëindigt sluiting van een lokaal een situatie die schadelijk is voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Hiermee wordt beoogd de loop naar het betreffende pand eruit te halen, de overtredingen te beëindigen en herhaling van de overtreding te voorkomen. Daarmee wordt een barrière opgeworpen en het criminele ondernemingsproces verstoord.
Naast het herstel van de openbare orde en het beëindigen van de overtreding, wordt met een sluiting ook een signaal aan de buitenwereld afgegeven dat het pand niet langer voor drugshandel gebruikt kan worden of voor de opslag van voorwerpen of stoffen die bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs en dat deze activiteiten stevig worden aangepakt. Duidelijk wordt dat het pand niet langer als verkoop-, aflever-, teelt- of opslagruimte voor drugs kan worden gebruikt.
Als uitgangspunt geldt dat bij een eerste overtreding aan betrokkene(n) bij het aantreffen van een geringe handelshoeveelheid een waarschuwing wordt gegeven tenzij sprake is van ‘verzwarende omstandigheden’. Op het moment dat er sprake is van een ‘ernstig geval’ eventueel in combinatie met ‘verzwarende omstandigheden’ wordt er opgetreden door middel van het opleggen van een last onder bestuursdwang in de vorm van een (tijdelijke) sluiting.
Matrix met overzicht maatregelen
De burgemeester gaat op basis van de door hem gehanteerde beleidsregels over tot sluiting van een pand indien wordt voldaan aan de criteria uit de Opiumwet. Daarbij dient in de eerste plaats aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding te worden beoordeeld in hoeverre sluiting noodzakelijk is om de met deze beleidsregel beoogde doelen te kunnen bereiken.
De sluiting van woningen grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen. Daarom wordt er ten aanzien van de sluitingsduur in deze beleidsregels een onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat bij ruimtes die feitelijk worden gebruikt om te wonen het woonrecht en de bescherming van privé, familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM een rol speelt.
Woningen en/of daarbij behorende erven
Waarschuwing
Als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 13b Opiumwet volgt in beginsel bij een eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken op het moment dat sprake is van een ‘ernstig geval’. Ook kunnen zich ‘verzwarende omstandigheden’ voordoen die een (langere) sluiting noodzakelijk maken. Zo zal bij een tweede overtreding met geringe hoeveelheid niet opnieuw een waarschuwen volgen. Er is dan sprake van recidive dat als verzwarende omstandigheid wordt gezien.
Waarschuwing bij geringe handelshoeveelheid in woningen en/of bijbehorende erven
Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs (5-30 gram softdrugs of 6-20 hennepplanten).
Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs (0,5-5 gram/ 1-5 pillen/tabletten of,5-50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs)
Schriftelijke waarschuwing, tenzij ‘ernstig geval’ of ‘verzwarende omstandigheden’.
Ernstige gevallen bij woningen en/of bijbehorende erven
Soms is de aangetroffen situatie dusdanig dat er sprake is van een ‘ernstig geval’. Wanneer er sprake is van een ‘ernstig geval’ wordt de woning in beginsel gesloten conform onderstaande sluitingstermijnen, tenzij er sprake is van ‘verzwarende omstandigheden’. In dat geval kan een langere sluitingsduur noodzakelijk zijn.
Sluitingstermijnen ernstige gevallen in woningen en/of bijbehorende erven
Constatering
1e constatering
2e constatering binnen 5 jaar na voorgaande constatering
3e
constatering binnen 5 jaar na voorgaande constatering
4e en volgende
constatering binnen 5 jaar na voorgaande constatering
Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs (≥ 30 gram softdrugs of ≥ 20 hennepplanten).
Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs (≥ 5 gram / ≥ 5 pillen/tabletten of, ≥ 50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).
Voorbereidingshandelingen
3
maanden
6
maanden
9
maanden
12
maanden
(eventueel met inzet van artikel 14 Woningwet)
Sociale huurwoningen
De burgemeester heeft oog voor zowel het belang van de bestrijding van drugshandel als voor het belang van de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woonruimte. Het belang om de schaarse sociale huurwoningen zo min mogelijk aan de woningmarkt te onttrekken is groot. Het sluiten van een huurwoning betekent immers dat, gezien de krapte op de (sociale) huurmarkt, een gesloten woning gedurende een aantal maanden niet beschikbaar is voor bewoning. Tegelijkertijd moet de invloed van drugshandel niet worden onderschat. Om die reden is de signaalfunctie die van een sluiting uitgaat in de sociale huursector even belangrijk als in de particuliere huursector. Dit betekent dat, ondanks het maatschappelijk belang bij volkshuisvesting, niet zomaar van de sluiting van huurwoningen kan worden afgezien.
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt echter dat de burgemeester bij de belangenafweging om over te gaan tot het al dan niet sluiten van een woning niet alleen belangen hoeft te betrekken die gediend zijn bij het zichtbaar optreden tegen drugshandel. Dit belang mag ook worden afgewogen tegen andere belangen, zoals het belang bij de volkshuisvesting. Hierbij mag betekenis worden toegekend aan de wettelijke waarborgen die gelden voor woningbouwcorporaties en het transparante toewijzingsbeleid. Anders dan particuliere verhuurders mogen zij niet elk willekeurig persoon huisvesten. Er bestaan over het algemeen lange wachttijden en steeds meer mensen hebben een urgent woonprobleem, waardoor het belangrijk is dat woningen weer snel vrijkomen om de doorstroom in de sociale huursector te kunnen bevorderen en de specifieke doelgroepen te kunnen huisvesten. Particuliere verhuurders hebben niet een dergelijke plicht en zijn ook in die zin dus niet gelijk te stellen met een woningbouwcorporatie. Aannemelijk is verder dat particuliere verhuurders doorgaans een voorkeur hebben voor andere doelgroepen en dat zij ook op een andere manier tot verdeling van woonruimte zullen overgaan omdat zij doorgaans een commercieel motief zullen hebben. Particuliere verhuurders kunnen daarom niet geacht worden in dezelfde mate het belang van de volkshuisvesting te dienen als woningbouwcorporaties.
In het geval van particuliere verhuur weegt het belang van het zichtbaar optreden tegen drugshandel daarom zwaarder dan bij verhuur door woningcorporaties, met inachtneming van opzegging van de huurovereenkomst tussen corporatie en huurder. Om die reden wordt er bij sociale huurwoningen in alle gevallen een kortere sluiting bepaald van een maand. In dit verband is tevens van belang dat gemeente en de woningcorporatie in Opmeer gezamenlijk prestatieafspraken hebben gemaakt op onder andere het punt van leefbaarheid. Het langdurig gesloten houden van een huurwoning komt de leefbaarheid in de straat niet ten goede. Een langere sluitingsduur kan wel noodzakelijk zijn indien er sprake is van ‘verzwarende omstandigheden’. In dat geval zal worden aangesloten bij de normale sluitingstermijnen bij woningen. Daarnaast is de burgemeester onder bepaalde omstandigheden bereid welwillend te kijken naar een verzoek tot opheffing van een reeds geëffectueerde sluiting van een huurwoning van een woningbouwcorporatie.
Lokalen en/of daarbij behorende erven
Waarschuwing
Als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 13b Opiumwet volgt in beginsel bij een eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken op het moment dat sprake is van een ‘ernstig geval’. Ook kunnen zich ‘verzwarende omstandigheden’ voordoen die een (langere) sluiting noodzakelijk maken. Zo zal bij een tweede overtreding met geringe hoeveelheid niet opnieuw een waarschuwen volgen. Er is dan sprake van recidive dat als verzwarende omstandigheid wordt gezien.
Waarschuwing bij geringe handelshoeveelheid in lokalen en/of bijbehorende erven
Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs (5-30 gram softdrugs of 6-20 hennepplanten).
Aanwezigheid geringe hoeveelheid harddrugs (0,5-5 gram / 1-5 pillen/tabletten of, 5-50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).
Schriftelijke waarschuwing tenzij ‘ernstig geval’ of ‘verzwarende omstandigheden’
Ernstige gevallen bij lokalen en/of bijbehorende erven
Soms is de aangetroffen situatie dusdanig dat er sprake is van een ‘ernstig geval’. Wanneer er sprake is van een ‘ernstig geval’ wordt het lokaal in beginsel gesloten conform onderstaande sluitingstermijnen, tenzij er sprake is van ‘verzwarende omstandigheden’. In dat geval kan een langere sluitingsduur noodzakelijk zijn.
Sluitingstermijnen ernstige gevallen in lokalen en/of bijbehorende erven
Constatering
1e constatering
2e constatering binnen 5 jaar na voorgaande constatering
3e
constatering binnen 5 jaar na voorgaande constatering
4e en volgende
constatering binnen 5 jaar na voorgaande constatering
Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs (≥ 30 gram softdrugs of ≥ 20 hennepplanten).
Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs (≥ 5 gram / ≥ 5 pillen/tabletten of, ≥ 50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).
Voorbereidingshandelingen
6
maanden
9
maanden
12
maanden
24
maanden
(eventueel met inzet van artikel 14 Woningwet)
Samenloop
Indien er sprake is van handel in zowel soft- als harddrugs, wordt de maatregel toegepast die geldt bij de constatering van de grootste aangetroffen (handels)hoeveelheid drugs. Indien sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen in combinatie met een aangetroffen hoeveelheid drugs, wordt naar aanleiding van feiten en omstandigheden gekozen voor de maatregel die past bij de ernst van de situatie.
Intrekken vergunningen
Naast bestuursrechtelijke handhaving op grond van artikel 13b Opiumwet wordt in geval van vergunningplichtige inrichtingen ook beoordeeld of er aanleiding bestaat om de vergunningen in te trekken (zoals een Drank- en Horecavergunning, huisvestingsvergunning of exploitatievergunning).
Belangenafweging
Per dossier wordt nadrukkelijk gekeken of volstaan kan worden met de maatregel die genoemd is in de toepasselijke matrix of dat sprake is van een situatie die tot afwijking van de beleidsregel leidt. De maatregelen in de tabellen zijn uitgangspunt. In voorkomende gevallen kan de burgemeester gemotiveerd afwijken van het beleid door een zwaardere of lichtere maatregel toe te passen.
Verzwarende omstandigheden
Om te kunnen nagaan of er sprake is van verzwarende omstandigheden is onderstaande indicatorenlijst opgesteld. De lijst heeft een niet limitatief karakter. Op basis van een enkele indicator kan er sprake zijn van een verzwarende omstandigheid. In dat geval is een langere sluitingsduur, vanwege de ernst van de situatie en grotere schending van de openbare orde, noodzakelijk om de in deze beleidsregel genoemde doelen te bereiken. De burgemeester hanteert in die gevallen een sluitingstermijn die bij de eerstvolgende overtreding toegepast zou worden. In het geval van een waarschuwing geldt dat in ieder geval de maatregel bij een eerste constatering bij een ernstig geval wordt gehanteerd.
Indicatorenlijst
signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, weegschalen, grote geld sommen, assimilatielampen, capaciteit van de kwekerij, vermoeden van eerdere oogsten etc.;
De mate waarin de het pand betrokken is bij, dan wel bekend staat als pand waar drugshandel of drugsbezit aanwezig is. Hierbij kan worden gedacht aan (waarnemingen van) aanloop van personen die met drugshandel en/of drugsgebruik in verband kunnen worden gebracht, of het aantreffen van attributen die op handel in verdovende middelen wijzen, zoals weegschalen, grote hoeveelheden cash geld, versnijdingsmiddelen of verpakkingsmaterialen in het pand.
er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld op Lijst I en II Opiumwet;
indien sprake is van andere aantoonbare strafbare feiten zoals geweldsdelicten, verboden wapenbezit, of andere openbare-orde delicten gerelateerd aan het pand;
de mate van gevaar en/of overlast voor omwonenden en/of andere bedrijven, waardoor het woon- en leefklimaat is aangetast;
indien er gerede vermoedens zijn van betrokkenheid van gebruikers/eigenaren van het pand bij personen met antecedenten op het gebied van de Opiumwet of vormen van georganiseerde criminaliteit;
indien aannemelijk is dat behalve dit pand tegelijktijdig nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als de aanwezigheid van drugs hierop duidt;
er is sprake van recidive daaronder in ieder geval begrepen eerdere overtredingen door de gebruikers of eigenaren van het pand van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen van één of meerdere pandeigenaren op grond van artikel 13b Opiumwet;
overige feiten en/of omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel en/of ernstig ondermijnende criminaliteit in (georganiseerd) verband.
In een situatie dat sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen wordt rekening gehouden met de volgende indicatoren (deze zijn aanvullend op de hierboven genoemde indicatoren):
de aard van stoffen en/of goederen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur en/of aanverwante artikelen waarvan het aannemelijk is dat ze worden toegepast bij de productie, de handel en/of het transport van drugs;
de mate waarin de stoffen en/of de goederen erop wijzen bestemd te zijn voor de handel, de handel en/of het transport van drugs;
combinatie van aangetroffen stoffen en/of goederen, waarbij gedacht kan worden aan het tegelijk verkopen en/of aanwezig hebben van stoffen en/of goederen die voor (grootschalige) verwerking, bereiding of transport van drugs bedoeld zijn, zoals grammenweegschalen, drugsverpakkingen, versnijdingsmiddelen);
de hoeveelheid aangetroffen stoffen en/of goederen;
de mate van bekendheid van het pand waar stoffen en/of goederen nodig voor de productie, de handel en/of het transport van drugs kunnen worden verkocht, verhandeld of gebruikt;
de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden (hierbij kan naast de gevaren verbonden aan (georganiseerde) drugscriminaliteit gedacht worden aan brandgevaar, risico’s verbonden aan het gebruik van chemicaliën, etc.).
Evenredigheid en inherente afwijkingsbevoegdheid
Indien sluiting op grond van hoofdstuk 3 van deze beleidsregel noodzakelijk wordt geacht, zal tevens beoordeeld moeten worden of de sluiting ook evenredig is.
Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht dient de burgemeester overeenkomstig deze beleidsregel te handelen tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen. Zoals eerder in de jurisprudentie is bepaald dient de burgemeester daarbij alle omstandigheden van het geval in zijn beoordeling te betrekken en te bezien of deze op zichzelf, dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden. Denk hierbij aan: verwijtbaarheid, de gevolgen van de sluiting en de aanwezigheid van minderjarige kinderen (in woningen). Uit de jurisprudentie blijkt dat het sluiten van een woning tot een zwaardere evenredigheidstoets noodzaakt dan bij een lokaal. In beginsel geven financiële argumenten geen aanleiding om af te wijken van het beleid.
De overtreder zal moeten aantonen dat er sprake is van een dusdanig schrijnend geval dat afwijking van beleid rechtvaardigt.